Tekst
Valérie Verlinden

Automatisering maakt levenslang leren noodzakelijk

7 september 2018
Automatisering en artificiële intelligentie (AI) kunnen productiviteitsgroei en prestatiewinsten voor de economie en de maatschappij opleveren, zoals het bestrijden van ziektes en het aanpakken van de klimaatverandering. Onderzoekers Bughin, Lund en Hazan wijzen op enkele kritieke uitdagingen die overwonnen moeten worden.

President Emmanuel Macron zat in Parijs samen met CEO’s van Silicon Valley tijdens de VivaTech conferentie, met als doel de “goede” kant van technologie te demonstreren. Het onderzoek van Bughin, Lund en Hazan benadrukt enkele van die voordelen, met name de productiviteitsgroei en prestatiewinsten voor de economie en voor de maatschappij in het algemeen, als deze technologieën worden gebruikt om grote problemen aan te pakken, zoals het bestrijden van ziektes en het aanpakken van de klimaatverandering. Maar de onderzoekers merken ook enkele kritieke uitdagingen op die overwonnen moeten worden. Een daarvan is een enorme verschuiving in de vaardigheden die we in de toekomst op de werkplek nodig zullen hebben.

Vaardigheidseisen

Om te zien hoe groot die verschuivingen zijn, analyseerden Bughin, Lund en Hazan in hun nieuwste onderzoek de vaardigheidseisen voor individuele werkzaamheden in meer dan 800 beroepen, om zo het aantal uren te onderzoeken die medewerkers vandaag besteden aan 25 kernvaardigheden. Vervolgens schatten ze in in welke mate deze vaardigheidseisen tegen 2030 zouden veranderen, wanneer automatisering en AI-technologieën worden ingezet op de werkplek. Ze staafden hun bevindingen met een gedetailleerd onderzoek bij meer dan 3.000 bedrijfsleiders in zeven landen, die de kwantitatieve bevindingen grotendeels bevestigden. Ze groepeerden de 25 vaardigheden in vijf categorieën: fysiek en handmatige vaardigheden (wat vandaag de grootste categorie is), standaard cognitieve vaardigheden, hogere cognitieve vaardigheden, sociale en emotionele vaardigheden en technologische vaardigheden (vandaag de kleinste categorie).

Herscholing

De bevindingen van het onderzoek wijzen op de grote uitdaging waarmee onze werkkrachten, onze economieën en het welzijn van onze samenlevingen geconfronteerd zijn. Naast andere prioriteiten leggen de bevindingen uit het onderzoek de noodzakelijkheid bloot om grootschalige herscholingsinitiatieven in te voeren voor de meerderheid van de werknemers die door automatisering zullen worden getroffen – initiatieven die vandaag hard ontbreken. Verschuivingen in vaardigheden zijn niet nieuw: we hebben zo’n verschuiving gezien van fysieke naar cognitieve taken, en meer recent naar digitale vaardigheden. Maar de komende verschuiving kan enorm zijn. Om een gevoel van grootte te geven: meer dan 1 op de 3 medewerkers zal hun mix aan vaardigheden moeten aanpassen tegen 2030, wat meer is dan het dubbele van het aantal medewerkers die vervangen kunnen worden door automatisering via sommige van de adoptiescenario’s van Bughin, Lund en Hazan. Levenslang leren van nieuwe vaardigheden zal voor iedereen essentieel zijn. Met de komst van AI zullen basis cognitieve vaardigheden, zoals lezen en eenvoudige rekenvaardigheid, niet volstaan voor veel jobs, terwijl de vraag naar geavanceerde technologische vaardigheden, zoals codering en programmering, volgens de analyse van de onderzoekers met 55 procent zullen stijgen in 2030.

Expertise en coaching

De behoefte aan sociale en emotionele vaardigheden, waaronder het nemen van initiatieven en leiderschap, zal ook scherp toenemen, met 24 procent. En onder hogere cognitieve vaardigheden zullen creativiteit, het verwerken van complexe informatie en probleemoplossend handelen ook significant belangrijker worden. Deze worden vaak gezien als ‘soft’ skills die scholen en onderwijssystemen in het algemeen niet gewoon zijn te geven. Maar, in een meer geautomatiseerde toekomst, waarbij machines in staat zullen zijn om veel meer taken op zich te nemen, zullen deze vaardigheden dan ook steeds belangrijker worden – juist omdat machines nog steeds verre van in staat zijn om expertise en coaching aan te leveren of complexe relaties te beheren. Hoewel veel mensen vrezen dat automatisering zal leiden tot vermindering van het aantal banen, merken we dat op de diffusie van Artificiële Intelligentie (AI) tijd zal kosten. De behoefte aan elementaire cognitieve vaardigheden, evenals fysieke en manuele vaardigheden zal niet verdwijnen. Fysieke en manuele vaardigheden zullen in feite de grootste vaardigheidscategorie blijven in veel landen per gewerkt uur, met een verschillend belang ervan tussen de verschillende landen. In Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zullen handvaardigheden bijvoorbeeld worden ingehaald door de vraag naar sociale en emotionele vaardigheden, terwijl in Duitsland hogere cognitieve vaardigheden een vooraanstaande plaats zullen innemen. Deze verschillen tussen landen zijn het resultaat van verschillende industriemixen in elk land, die op hun beurt invloed hebben op het automatiseringspotentieel van economieën en de toekomstige vaardighedenmix. Terwijl Bughin, Lund en Hazan hun inschattingen vandaag baseerden op het automatiseringspotentieel van sectoren en landen, zou dit kunnen veranderen afhankelijk van het tempo en het enthousiasme waarmee AI wordt toegepast in bedrijven, sectoren en landen. Het is nu al duidelijk dat China snel evolueert naar een leidende AI-speler en Azië over het algemeen sterk vooruit is op Europa, wat betreft de hoeveelheid AI-investeringen.

Reskilling cruciaal

Omscholing (‘reskilling’) zal cruciaal zijn in het komende decennium. Het wordt een uitdaging, niet alleen voor bedrijven die zich in de frontlinie bevinden, maar ook voor onderwijsinstellingen, industrieën en arbeidsgroepen, filantropen, en natuurlijk ook voor beleidsmakers, die nieuwe manieren zullen moeten vinden om investeringen in menselijk kapitaal te stimuleren.

Voor bedrijven maken deze verschuivingen deel uit van de grotere automatiseringsuitdaging waarvoor er een grondige denkoefening nodig is, over hoe werk binnen bedrijven georganiseerd moet worden – inclusief wat de behoeften van de strategische beroepsbevolking waarschijnlijk zullen zijn, en hoe ze deze kunnen bereiken. In het onderzoek halen de onderzoekers enkele voorbeelden aan van bedrijven die zich richten op herscholing, hetzij intern, zoals bijvoorbeeld SAP in Duitsland – of door samen te werken met externe onderwijsinstellingen, zoals AT & T het doet. Over het algemeen suggereert de enquête van Bughin, Lund en Hazan dat Europese bedrijven meer geneigd zijn toekomstige personeelsbehoeften in het nieuwe automatiseringstijdperk op te vullen door zich te concentreren op omscholing, terwijl Amerikaanse bedrijven meer openstaan voor nieuwe aanwervingen. Het startpunt voor dit alles zal een mentaliteitsverandering zijn, waarbij bedrijven hun toekomstige succes zullen meten aan de mogelijkheid om constante leeropties aan te bieden aan werknemers.

De vaardigheidsverschuiving is niet alleen een uitdaging, het is ook een kans. Als bedrijven en maatschappijen werknemers uitrusten met de nieuwe vaardigheden die nodig zullen zijn, zal het voordeel aanzienlijk zijn, in termen van hogere productiviteitsgroei, stijgende lonen en toegenomen welvaart. Macrons visie over ‘Technologie die een kracht voor het goede is’, is dat ze een zichzelf vervullende voorspelling zal worden. Omgekeerd, zou een mislukking om deze verschuivende vaardigheidseisen aan te pakken, de inkomenspolarisatie kunnen verergeren en politieke en sociale spanningen en stakingen kunnen veroorzaken. De inzet is hoog, maar we kunnen nu al de contouren zien van wat er moet gebeuren – en we hebben slechts beperkte tijd om aan oplossingen te werken.

Bron: Jacques Bughin, Susan Lund, and Eric Hazan, HR Business Review, mei 2018