Vraag van de maand

Vraag van de maand

Kan je onbeperkt bijverdienen na vervroegd pensioen?

1 maart 2020

Marc is 61 jaar. Hij heeft een lange loopbaan van 43 jaren. Marc informeerde zich bij de Federale Pensioendienst en ontdekte dat hij vervroegd pensioen kon opnemen vanaf 1 januari 2020.

Na overleg met zijn echtgenote besliste hij om het voortaan wat rustiger aan te doen. Met zijn werkgever bereikte hij een akkoord om de arbeidsovereenkomst in onderling overleg te beëindigen per 31 december 2019. Als dank voor zijn jarenlange trouw was de werkgever bereid om aan Marc een extra-legale vertrekvergoeding uit te betalen van 25.000 EUR bruto, hetgeen overeenkomt met het loon van 5 maanden. Marc genoot zorgeloos van zijn vrijgekomen tijd tot wanneer hij een bericht ontving van de Federale Pensioendienst met het verzoek om de ontvangen pensioenuitkeringen terug te betalen omdat “hij sedert 1 januari 2020 teveel heeft bijverdiend”. Marc gaat niet akkoord en weigert tot terugbetaling over te gaan omdat hij sedert 1 januari 2020 geen beroepsactiviteiten meer heeft uitgeoefend. Is de redenering van Marc correct?

Helaas foutief...

Werknemers jonger dan 65 jaar en/of met minder dan 45 jaar loopbaan die met (vervroegd) pensioen gaan, kunnen slechts in beperkte mate bijverdienen zonder dat dit een negatieve impact heeft op hun pensioenuitkering.

De grensbedragen van toepassing in 2020 zijn als volgt:

  • De werknemer heeft geen recht op kinderbijslag: 8 393,00 EUR op jaarbasis
  • De werknemer heeft recht op kinderbijslag: 12 590,00 EUR op jaarbasis

Afhankelijk van de mate waarin de grensbedragen worden overschreden, moet men de ontvangen pensioenuitkeringen gedeeltelijk of volledig terugbetalen.

Enkel in het geval een werknemer 65 jaar of ouder is, een beroepsloopbaan heeft van 45 jaren of een overgangsuitkering ontvangt, kan men onbeperkt bijverdienen.

Sinds enkele jaren houdt men bij het bepalen of het grensbedrag voor de toegelaten arbeid al dan niet wordt overschreden ook rekening met “een opzeggingsvergoeding, afscheidsvergoeding of een ontslagvergoeding of elk als zodanig geldend voordeel” die desgevallend aan de werknemer wordt uitbetaald bij de beëindiging van de arbeidsrelatie. Deze vergoedingen “worden geacht gelijkmatig gespreid te zijn over de duur van de opzeggingstermijn”.

Wanneer een werknemer een extra-legale vertrekvergoeding ontvangt, zal afhankelijk van de wijze waarop deze vergoeding in de DmfA wordt aangegeven, bij de Federale Pensioendienst een alarmbel afgaan.

Indien de werkgever (of het sociaal secretariaat) bij de loonsverwerking de extra-legale vertrekvergoeding in de DmfA heeft aangegeven onder looncode 3 (d.i. vergoedingen betaald aan de werknemer in geval van beëindiging van de overeenkomst, voor zover ze worden uitgedrukt in arbeidstijd) dan zal de werkgever (of het sociaal secretariaat) ook moeten aangeven wat de begin- en einddatum is van de periode gedekt door de extra-legale vertrekvergoeding.

In casu had de werkgever van Marc de extra-legale vertrekvergoeding inderdaad aangegeven onder looncode 3. Bijgevolg werd het bedrag van 25.000 EUR geacht gelijkmatig gespreid te zijn over een periode van 5 maanden waardoor Marc de toegelaten grensbedragen heeft overschreden.

De werkgever (of het sociaal secretariaat) had dit kunnen vermijden door gebruik te maken van looncode 4 (in plaats van looncode 3). Looncode 4 geldt voor vergoedingen betaald aan de werknemer in geval van beëindiging van de overeenkomst, voor zover ze niet worden uitgedrukt in arbeidstijd.
Indien de werkgever looncode 4 had gebruikt dan was de extra-legale vertrekvergoeding door de Federale Pensioendienst niet beschouwd als “een opzeggingsvergoeding, afscheidsvergoeding of een ontslagvergoeding of elk als zodanig geldend voordeel” die “geacht wordt gelijkmatig gespreid te zijn over de duur van de opzeggingstermijn”.

Om te vermijden dat uw werknemer zich in een gelijkaardige situatie zou bevinden, is het aangewezen om de (extra-legale) vergoeding die wordt uitbetaald in het kader van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord eerder te kwalificeren als een bruto afscheidspremie en deze in de beëindigingsovereenkomst uit te drukken als een forfaitair bedrag zonder te verwijzen naar een periode waarmee deze vergoeding overeenstemt en dit ook duidelijk door te geven aan het sociaal secretariaat met het oog op het gebruik van de correcte looncode 4 in de DmfA.

Correct!

Werknemers jonger dan 65 jaar en/of met minder dan 45 jaar loopbaan die met (vervroegd) pensioen gaan, kunnen slechts in beperkte mate bijverdienen zonder dat dit een negatieve impact heeft op hun pensioenuitkering.

De grensbedragen van toepassing in 2020 zijn als volgt:

  • De werknemer heeft geen recht op kinderbijslag: 8 393,00 EUR op jaarbasis
  • De werknemer heeft recht op kinderbijslag: 12 590,00 EUR op jaarbasis

Afhankelijk van de mate waarin de grensbedragen worden overschreden, moet men de ontvangen pensioenuitkeringen gedeeltelijk of volledig terugbetalen.

Enkel in het geval een werknemer 65 jaar of ouder is, een beroepsloopbaan heeft van 45 jaren of een overgangsuitkering ontvangt, kan men onbeperkt bijverdienen.

Sinds enkele jaren houdt men bij het bepalen of het grensbedrag voor de toegelaten arbeid al dan niet wordt overschreden ook rekening met “een opzeggingsvergoeding, afscheidsvergoeding of een ontslagvergoeding of elk als zodanig geldend voordeel” die desgevallend aan de werknemer wordt uitbetaald bij de beëindiging van de arbeidsrelatie. Deze vergoedingen “worden geacht gelijkmatig gespreid te zijn over de duur van de opzeggingstermijn”.

Wanneer een werknemer een extra-legale vertrekvergoeding ontvangt, zal afhankelijk van de wijze waarop deze vergoeding in de DmfA wordt aangegeven, bij de Federale Pensioendienst een alarmbel afgaan.

Indien de werkgever (of het sociaal secretariaat) bij de loonsverwerking de extra-legale vertrekvergoeding in de DmfA heeft aangegeven onder looncode 3 (d.i. vergoedingen betaald aan de werknemer in geval van beëindiging van de overeenkomst, voor zover ze worden uitgedrukt in arbeidstijd) dan zal de werkgever (of het sociaal secretariaat) ook moeten aangeven wat de begin- en einddatum is van de periode gedekt door de extra-legale vertrekvergoeding.

In casu had de werkgever van Marc de extra-legale vertrekvergoeding inderdaad aangegeven onder looncode 3. Bijgevolg werd het bedrag van 25.000 EUR geacht gelijkmatig gespreid te zijn over een periode van 5 maanden waardoor Marc de toegelaten grensbedragen heeft overschreden.

De werkgever (of het sociaal secretariaat) had dit kunnen vermijden door gebruik te maken van looncode 4 (in plaats van looncode 3). Looncode 4 geldt voor vergoedingen betaald aan de werknemer in geval van beëindiging van de overeenkomst, voor zover ze niet worden uitgedrukt in arbeidstijd.
Indien de werkgever looncode 4 had gebruikt dan was de extra-legale vertrekvergoeding door de Federale Pensioendienst niet beschouwd als “een opzeggingsvergoeding, afscheidsvergoeding of een ontslagvergoeding of elk als zodanig geldend voordeel” die “geacht wordt gelijkmatig gespreid te zijn over de duur van de opzeggingstermijn”.

Om te vermijden dat uw werknemer zich in een gelijkaardige situatie zou bevinden, is het aangewezen om de (extra-legale) vergoeding die wordt uitbetaald in het kader van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord eerder te kwalificeren als een bruto afscheidspremie en deze in de beëindigingsovereenkomst uit te drukken als een forfaitair bedrag zonder te verwijzen naar een periode waarmee deze vergoeding overeenstemt en dit ook duidelijk door te geven aan het sociaal secretariaat met het oog op het gebruik van de correcte looncode 4 in de DmfA.

Vragen? Wij helpen graag verder!

Vraag van de maand