Vraag van de maand

Vraag van de maand

Kan een personeelsafgevaardigde in de ondernemingsraad die bijna de wettelijke pensioenleeftijd (65 jaar) heeft bereikt, worden ontslagen ...

1 juni 2021

Kan een personeelsafgevaardigde in de ondernemingsraad die bijna de wettelijke pensioenleeftijd (65 jaar) heeft bereikt, worden ontslagen met een verkorte opzeggingstermijn van 26 weken zonder dat de procedures inzake voorafgaande erkenning van de ontslagreden moeten worden nageleefd?

De vennootschap Avalanche heeft de heer Bonnet in januari 2006 aangeworven als informaticus. Bij de sociale verkiezingen van 2020 heeft de heer Bonnet zich met succes kandidaat gesteld als personeelsafgevaardigde in de ondernemingsraad van de vennootschap.

Op 15 december 2021 zal de heer Bonnet de leeftijd van 65 jaar bereiken en derhalve met ingang van 1 januari 2022 zijn wettelijk pensioen kunnen opnemen.

Op 3 juli 2021 betekent de vennootschap Avalanche aan de heer Bonnet een verkorte opzeggingstermijn van 26 weken, rekening houdend met het feit dat hij aan het einde van de opzeggingstermijn de wettelijke pensioenleeftijd zal bereikt hebben.

De heer Bonnet presteert zijn opzeggingstermijn zonder om zijn reïntegratie te verzoeken.

Na afloop van zijn opzeggingstermijn wendt de heer Bonnet zich tot de arbeidsrechtbank met het oog op het vorderen van een beschermingsvergoeding ten belope van drie jaar loon van de vennootschap aangezien hij - volgens hem - op het ogenblik van de betekening van zijn opzeggingstermijn door de vennootschap Avalanche nog steeds genoot van een ontslagbescherming (op grond van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden).

Zal de vennootschap Avalanche met succes voor de arbeidsrechtbank kunnen verdedigen dat geen beschermingsvergoeding verschuldigd is?

 

 

Helaas foutief...

De wet van 19 maart 1991 bepaalt dat de ontslagbescherming waarvan personeelsafgevaardigden en kandidaat-personeelsafgevaardigden genieten, vervalt wanneer zij de leeftijd van 65 jaar bereiken (behoudens wanneer het in de onderneming de vaste gewoonte is om de categorie van werknemers waartoe zij behoren in dienst te houden).

In het onderhavige geschil rijst aldus de vraag wanneer de opheffing van de bescherming voorzien op de leeftijd van 65 jaar moet worden beoordeeld:

  • Volgens de heer Bonnet moet dit worden beoordeeld op het ogenblik waarop de opzegging wordt gegeven door de werkgever, zonder dat er rekening moet worden gehouden met de effectieve einddatum van de overeenkomst wanneer een te presteren opzeggingstermijn is betekend. Zijns inziens had de vennootschap dus de reden van het ontslag voor de bevoegde organen moeten laten erkennen om de betaling van de beschermingsvergoeding te vermijden.
  • Volgens de vennootschap Avalanche moet worden gekeken naar de datum waarop de overeenkomst daadwerkelijk eindigt, namelijk aan het einde van de opzeggingstermijn, om te beoordelen of deze voorwaarde is vervuld.

In een recent arrest van 20 december 2020 heeft het Hof van Cassatie het standpunt van de werknemer bevestigd door te stellen dat het ontslag gevolgen heeft op het moment dat het wordt gegeven en niet pas bij afloop van de opzeggingstermijn die hieraan gekoppeld werd. Bijgevolg is de betekening van een ontslag - dit is de handeling waarbij de ene partij de andere in kennis stelt van haar wil om de tussen hen voor onbepaalde tijd gesloten arbeidsovereenkomst te beëindigen - dat door de werkgever aan de personeelsafgevaardigde wordt gegeven voordat deze daadwerkelijk de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt (zonder de reden voor het ontslag vooraf te laten erkennen), onregelmatig, zelfs indien de opzeggingstermijn pas verstrijkt nadat de werknemer die leeftijd heeft bereikt.

Het Hof van Cassatie stelt in haar arrest dat de bijzondere ontslagbescherming waarin de wet van 19 maart 1991 voorziet en die niet alleen tot doel heeft de personeelsafgevaardigden in staat te stellen hun opdracht in de onderneming uit te voeren, maar ook de werknemers de volledige vrijheid te bieden om zich voor deze opdracht kandidaat te stellen, is ingevoerd in het algemeen belang en de openbare orde raakt. Uit voornoemde regel blijkt dus de wil van de wetgever om de door hem ingevoerde bescherming die hij als noodzakelijk heeft beschouwd te behouden zolang de werknemer die ervan geniet de pensioenleeftijd nog niet heeft bereikt.

Van dit arrest moet men dus onthouden dat de werkgever die een personeelsafgevaardigde wenst te ontslaan, zal moeten wachten totdat deze werknemer daadwerkelijk de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, alvorens hem een verkorte opzeggingstermijn van 26 weken te kunnen betekenen of hem de onmiddellijke beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst mits betaling van een opzeggingsvergoeding te kunnen betekenen. Een alternatief zou zijn om met de personeelsafgevaardigde een beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord overeen te komen.

 

Correct!

De wet van 19 maart 1991 bepaalt dat de ontslagbescherming waarvan personeelsafgevaardigden en kandidaat-personeelsafgevaardigden genieten, vervalt wanneer zij de leeftijd van 65 jaar bereiken (behoudens wanneer het in de onderneming de vaste gewoonte is om de categorie van werknemers waartoe zij behoren in dienst te houden).

In het onderhavige geschil rijst aldus de vraag wanneer de opheffing van de bescherming voorzien op de leeftijd van 65 jaar moet worden beoordeeld:

  • Volgens de heer Bonnet moet dit worden beoordeeld op het ogenblik waarop de opzegging wordt gegeven door de werkgever, zonder dat er rekening moet worden gehouden met de effectieve einddatum van de overeenkomst wanneer een te presteren opzeggingstermijn is betekend. Zijns inziens had de vennootschap dus de reden van het ontslag voor de bevoegde organen moeten laten erkennen om de betaling van de beschermingsvergoeding te vermijden.
  • Volgens de vennootschap Avalanche moet worden gekeken naar de datum waarop de overeenkomst daadwerkelijk eindigt, namelijk aan het einde van de opzeggingstermijn, om te beoordelen of deze voorwaarde is vervuld.

In een recent arrest van 20 december 2020 heeft het Hof van Cassatie het standpunt van de werknemer bevestigd door te stellen dat het ontslag gevolgen heeft op het moment dat het wordt gegeven en niet pas bij afloop van de opzeggingstermijn die hieraan gekoppeld werd. Bijgevolg is de betekening van een ontslag - dit is de handeling waarbij de ene partij de andere in kennis stelt van haar wil om de tussen hen voor onbepaalde tijd gesloten arbeidsovereenkomst te beëindigen - dat door de werkgever aan de personeelsafgevaardigde wordt gegeven voordat deze daadwerkelijk de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt (zonder de reden voor het ontslag vooraf te laten erkennen), onregelmatig, zelfs indien de opzeggingstermijn pas verstrijkt nadat de werknemer die leeftijd heeft bereikt.

Het Hof van Cassatie stelt in haar arrest dat de bijzondere ontslagbescherming waarin de wet van 19 maart 1991 voorziet en die niet alleen tot doel heeft de personeelsafgevaardigden in staat te stellen hun opdracht in de onderneming uit te voeren, maar ook de werknemers de volledige vrijheid te bieden om zich voor deze opdracht kandidaat te stellen, is ingevoerd in het algemeen belang en de openbare orde raakt. Uit voornoemde regel blijkt dus de wil van de wetgever om de door hem ingevoerde bescherming die hij als noodzakelijk heeft beschouwd te behouden zolang de werknemer die ervan geniet de pensioenleeftijd nog niet heeft bereikt.

Van dit arrest moet men dus onthouden dat de werkgever die een personeelsafgevaardigde wenst te ontslaan, zal moeten wachten totdat deze werknemer daadwerkelijk de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, alvorens hem een verkorte opzeggingstermijn van 26 weken te kunnen betekenen of hem de onmiddellijke beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst mits betaling van een opzeggingsvergoeding te kunnen betekenen. Een alternatief zou zijn om met de personeelsafgevaardigde een beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord overeen te komen.

 

Vragen? Wij helpen graag verder!