Erwin De Deyn Erwin De Deyn, Voorzitter BBTK
Tekst
Melanie De Vrieze

Stakingswet is noodzakelijk

1 mei 2019
Alleen een wet zou de oorspronkelijke bedoeling van de sociale partners in de glorietijd van het sociaal overleg herstellen
De ene staking is de andere niet. Zelfs Manou Doutrepont, expert arbeidsverhoudingen, verwondert zich nog over acties die de grenzen van het stakingsrecht aftasten. Hij is een grote voorstander een stakingswet, maar dat kan op weinig bijval rekenen van Erwin De Deyn, voorzitter van de ABVV-vakcentrale BBTK.

Manou Doutrepont stelde tijdens een studienamiddag in het MSK zijn nieuwste boek, ‘Werk & Staking (Larcier), voor. In het handboek behandelt hij niet alleen de geschiedenis van stakingen in het binnen- en buitenland, maar geeft hij ook duiding bij de aanleiding, de impact en de effectiviteit van stakingen en schetst de contouren van het stakingsrecht.

Net over die grenzen van het stakingsrecht wil hij het hebben. Het stakingsrecht is een belangrijk recht in een democratische staat, maar sommige aspecten bevinden zich in een grijze zone.

“Zeggen dat elke staking anders is, is misschien overdreven, maar er zijn wel veel soorten, afhankelijk van de invalshoek”, zegt Manou Doutrepont. “Er zijn stakingen volgens het niveau, het motief, de tactiek en de juridische vorm. Stakingen zijn altijd controversieel. De gemoederen lopen soms hoog op. Er is altijd schade, zowel voor de werkgever als de werknemer.” Ons land zit in de top 3 van de landen met het hoogst aantal stakingsdagen per 1.000 werknemers. De mobilisatie van werknemers is dubbel zo groot in Wallonië als in Vlaanderen. “De tolerantie van de burger ten opzichte van stakingen is niet meer evident.”

Onevenredigheid

Vaak is er een onevenredigheid tussen de eisen van de stakers en de schade voor derden. Doutrepont verwijst naar de loodsen van de Antwerpse haven die door hun stakingen 32 zeeschepen blokkeerden. “Moet er geen opening zijn voor discussie rond het misbruik van het stakingsrecht. De beschermde omgeving van de stakers die vast benoemd zijn en een monopoliepositie hebben staat in schril contrast met de economische gevolgen voor de niet-betrokken partijen.”

Vanuit juridisch standpunt vindt Doutrepont ook de paternosterstaking van de vakbonden van Bpost in 2018 onbegrijpelijk. “De werknemers staakten vijf dagen op rij, iedere dag ging het om een andere dienst. De werknemers die niet kunnen werken als gevolg van de staking hebben ook geen recht op loon. Ze staken niet, maar verliezen toch hun dagloon.”

Stakingsaanzegging

Een andere grijze zone is volgens Manou Doutrepont het prisoner’s dilemma 2.0. “Bij stakende cipiers zijn de gedetineerden de eerste slachtoffers en de politie moet voor hen inspringen. Maar als de staking samenvalt met een belangrijke voetbalmatch weet de politie niet wat die eerst moet doen: de veiligheid garanderen in de gevangenis of rondom het voetbalveld. Dan krijg je de situatie dat de politie wil staken tegen de staking van de cipiers. Wanneer Justitie veroordeeld wordt tot schadevergoeding, betaalt opnieuw de belastingbetaler.”

Hij denkt dat het ook zinvol kan zijn om na te denken wat de stakingsaanzegging moet inhouden, zoals de reden en de duur. Hij verwijst naar de Avia Partnerstaking in oktober 2018 die was voorafgegaan door een stakingsaanzegging in januari. “Volgens internationale rechtsbronnen is een stakingsaanzegging tijdsgebonden ,maar bij deze staking was daar weinig van te zien.”

Werkwilligen

Het brengt Doutrepont bij een ander gevoelig punt: de stakingsposten. Een stakingspost is een samenscholing voor of naast de toegang tot een onderneming. Stakers hebben het recht post te vatten om werkwilligen te overtuigen om solidair te zijn of of de staking zichtbaar te maken. Maar dat moet wel vreedzaam gebeuren. “Voor veel mensen lijken blokkerende piketten – waarbij werkwilligen niet aan de slag kunnen of de economische activiteit van een bedrijf volledig platligt - tot het stakingsrecht te behoren, maar dat is niet zo. Wanneer stakers het recht op een blokkerende stakingspost opeisen, schiet het stakingsrecht door.

Weegt het belang van de werknemers wel op tegen de gevolgen voor de partijen die niet betrokken zijn. Denk maar aan pendelaars, vakantiegangers of gebruikers van de openbare weg. Vraag is dus vanaf wanneer de groep zijn wil opleggen mag aan de anderen? “Kunnen we de vakbonden toelaten een classaction op te zetten om op te komen voor de rechten van de werknemers zoals ze geschreven zijn in wetten en cao’s”, vraagt hij zich af. “De cruciale vraag is dan wie het initiatiefrecht heeft: alleen de vakbonden of de werknemers voor zover ze een groep vormen? In dat laatste geval moeten de initiatiefnemers allicht beschermd worden tegen een ontslag dat alleen gebaseerd is op het misnoegen van de gedagvaarde werkgever. Stel dat de wetgever zulke classactions mogelijk maakt, dan hoeven werknemers zich niet verplicht te zien het stakingswapen te hanteren. Stakingen zoals bij Ryanair en Aviapartner zouden overbodig worden.”

Stakingswet

Doutrepont is een grote voorstander van een stakingswet, maar die is er nog altijd niet. “Internationale verdragen beschermen de stakers tegen ontslag en een schadevergoeding, maar bepalen ook dat de overheid de grenzen van het stakingsrecht mag stellen. Dat heeft onze wetgever niet gedaan waardoor het internationaal recht maar gedeeltelijk is uitgevoerd.”

Een stakingswet zou scheefgegroeide situaties ook rechttrekken, meent Manou Doutrepont. In de jaren 70 sloten bijna alle paritaire comités een cao om het initiatief tot staken in de handen van de vakbonden te leggen. “Dat recht werd in evenwicht gehouden door een verplichte aanzeggingsprocedure, maar die is niet meer afdwingbaar sinds de jaren 80.” Het stakingsrecht is met andere woorden een individueel recht geworden zonder voorwaarden om collectief het werk neer te leggen en druk uit te oefenen op werkgevers. “Alleen een wet zou de oorspronkelijke bedoeling van de sociale partners in de glorietijd van het sociaal overleg herstellen.”

Te veel juridisering

Erwin De Deyn, voorzitter van de ABVV-vakcentrale BBTK, is het daar niet mee eens. Volgens hem bieden de Europese en internationale regels de nodige rechtszekerheid. “Er is geen nood aan een stakingswet, want dat zou een inperking van het stakingsrecht betekenen en juridisering. Ik betwijfel ook of het de sociale vrede ten goede zou komen.”

Stakingen zijn inherent aan het bestaan van vakbonden. Dat betekent dat er ook altijd sprake is van schade. “Zonder schade heeft een staking geen enkele zin”, zegt Erwin De Deyn. “Die schade is er niet alleen voor de werkgever maar ook voor de werkgever. De vraag is tot waar je gaat met het toebrengen van schade. Deze vraag moet beoordeeld worden in functie van het belang en omvang van het conflict. Dat is een discussie die intern vaak lang wordt gevoerd.”

Hij benadrukt ook dat stakingen het resultaat zijn van overleg. “Het sociaal overleg is bovendien niet altijd een rationeel begrip. Het emotionele kan soms determinerend zijn in beslissingen.” Communicatie vindt hij heel belangrijk bij sociaal overleg. “Zowel voor, tijdens als na de onderhandelingen is communicatie cruciaal. Daartoe behoort ook informele communciatie.”

Bij het sociaal overleg en/of -conflict vraagt De Deyn zich af of het Hinssen-model niet van toepassing moet zijn. In dat model toont Hinssen aan dat velen bezig zijn met wat er vandaag gebeurt (70 procent), maar minder met morgen (20 procent) en de toekomst (10 procent). “Bij het sociaal overleg is dat ook het geval. Het zou omgekeerd moeten zijn, de langetermijnvisie zou meer aan bod moeten komen. Maar het verleden is soms een rem hierop en dus moet je dat verleden goed kennen om in de toekomst te kunnen kijken.”