Artificiële intelligentie: “The good, the bad & the ugly”
Tekst
Patrick Verhoest

Artificiële intelligentie: “The good, the bad & the ugly”

1 januari 2022
AI inzetten op processen waar menselijke emotie en subjectiviteit bij komen kijken, is gevaarlijk
Voor voormalig genomineerde ICT-vrouw van het Jaar Mieke De Ketelaere is artificiële intelligentie fantastisch. Toch ziet ze naast goede, ook lelijke en zelfs kwade kanten van de technologie.

Voor voormalig genomineerde ICT-vrouw van het Jaar Mieke De Ketelaere is artificiële intelligentie fantastisch. Toch ziet ze naast goede, ook lelijke en zelfs kwade kanten van de technologie.

Mieke De Ketelaere is medeverantwoordelijk bij imec (IDLab) voor de strategie en de uitrol van artificiële intelligentie (AI). De director AI specialiseerde zich gedurende vijfentwintig jaar in alle aspecten van data en analyse. Onderzoek toont aan dat -  ondanks de toegenomen interesse in en de adoptie van AI in ondernemingen – 85 procent van de AI-projecten er uiteindelijk niet in slagen om de initiële beloften na te komen, weet De Ketelaere. “Daarom kijk ik graag naar the good, the bad and the ugly-resultaten van AI. Op die manier begrijpen mijn toehoorders dat AI niet alleen gaat over data en technologie, maar ook over de nood aan goede beslissingen, die gebaseerd zijn op mensen en processen.”

Originele droom

De originele droom van AI was het nabouwen van menselijke intelligentie. Het moest een systeem worden dat zelfstandig in staat is om zaken te leren en beslissingen te nemen. Na zeventig jaar is die droom niet gerealiseerd, maar er is al veel goeds te melden, zegt De Ketelaere. “In zekere zin is AI beter geworden dan de menselijke intelligentie. Het is knap in bijvoorbeeld het creëren van inzichten op hele grote sets van gegevens. Het leert ons zaken waar we met ons verstand niet bijkunnen. Globaal bekeken is het zoals een kind van twee jaar: het is goed in leren, maar redeneren, creativiteit, emoties en collaboratie tussen mensen kent het dan weer niet. Toch kunnen we er fantastische zaken mee.”

The bad

Als een bedrijf met AI aan het werk gaat, kiest het voor een systeem dat autonoom moet beslissen. Maar omdat medewerkers het systeem niet altijd goed begrijpen, het intelligente algoritme is tenslotte een verborgen technologie, riskeren ze het verkeerd in te zetten. Zelfs een datascientist van school halen en op de data zetten, garandeert geen succes, zegt De Ketelaere, die het graag vergelijkt met een restaurant “Het is niet omdat je over veel ingrediënten beschikt en een kok van het niveau van Sergio Herman, dat je restaurant een succes wordt. Daar liggen mensen en hun strategie aan de basis. Veel gegevens bijhouden en er een dataspecialist op loslaten, garandeert dus geen succes. Hiervoor is echt een multidisciplinaire aanpak nodig vanaf de start.”

The ugly

Voor de lelijke kant van de AI-technologie verwijst Mieke De Ketelaere naar de auto van de jaren vijftig. “We reden van Antwerpen naar de zee zonder gordels en met weinig verkeersborden en regelgeving. Vandaag doen we die rit nog altijd, maar er zijn veel meer regels, keuring voor de wagen en het is heel wat veiliger. Vandaag is AI zoals de wagen in de jaren vijftig. Je hebt geen diploma nodig om het te doen, iedereen mag systemen op de markt gooien en er zijn noch Europese regels, noch audit- of controlesystemen. We moeten daaraan werken, zoals het doorheen de jaren met elke vorm van technologie gebeurd is.”

De vier D’s

Mieke De Ketelaere stelt dat AI goed is om vier zaken – de vier D’s - over te nemen. Vervelende (dull) en vuile (dirty) taken – denk aan het sorteren van afval – zijn de eerste twee soorten. Daarnaast kan AI massaal veel gegevens verwerken en moeilijke (difficult) zaken tot een goed einde brengen. Tot slot kan het gevaarlijke (dangerous) taken vervangen. Op de top van een windmolen plaats je een slimme camera. Daar komen geen menselijke emoties bij kijken. Het wordt anders bij hr. “AI inzetten op processen waar menselijke emotie en subjectiviteit bij komen kijken, is gevaarlijk. Als je moet kiezen wie promotie krijgt of welke kandidaat gekozen moet worden, is het belangrijk in te zetten op menselijke kennis. Vanuit hr moet je meer inzetten op softere zaken zoals collaboratie en empathie. Dat kan een computer niet. Hier ligt een belangrijke rol voor een hr-afdeling.”

Hr is geen D-taak

Hr-professionals vrezen wel eens dat AI hun taken zal overnemen. Mieke De Ketelaere deelt die vrees niet: “Ik promoot bewust om AI niet in te zetten in bepaalde hr-domeinen. Via AI bepalen wie ergens de beste kandidaat voor is, is ronduit gevaarlijk.” Aangezien je data uit het verleden gebruikt, hou je ook eventuele vooroordelen in stand. Met alle nadelen vandien voor bepaalde genders of bevolkingsgroepen. “Het systeem is dom en neemt klakkeloos de fouten uit het verleden over. Dan krijg je ruis en vooringenomenheid. Ook wanneer bedrijven zich moeten heroriënteren, is AI geen goede raadgever. Je riskeert op zoek te gaan naar dezelfde profielen uit het verleden, terwijl je het omgekeerde nodig hebt. Het selecteren van medewerkers is geen vervelende (dull) taak, net zomin als de rest van hr.”

Digitale kloof

Door haar lezingen en haar boek ‘Mens versus Machine’ wil Mieke De Ketelaere de digitale kloof verkleinen. Waar technologie ooit voor techneuten was, stelt ze vast dat vandaag iedereen aan technologie kan doen. Aleen begrijpt niet iedereen altijd hoe het werkt: “We gebruiken allemaal een microgolf, maar kennen de fysica niet die erachter steekt. Het is belangrijker dat we de systemen die we gebruiken goed kennen. Zoniet vergroot de digitale kloof: wie het begrijpt, kan blijven vooruitlopen. Hr is daar een mooi voorbeeld van. Sommige bedrijven investeren in systemen om cv’s automatisch te klasseren. Ondertussen zijn er al algoritmes op de markt die aan kandidaten zeggen hoe ze hun cv moeten aanpakken om door die keuze-algoritmes bovenop de stapel te worden gelegd. Wie het dus kent, kan al zaken verkopen om algoritmes te omzeilen die in het bedrijf nog niet eens voldoende gesnapt worden. Wat aantoont dat wie het snelst verandert, het best overleeft.”