Verhoog het academisch zelfvertrouwen van meisjes

8 maart 2021
Beeld
Shutterstock
Verhoog het academisch zelfvertrouwen van meisjes

Gendernormen leiden wel degelijk zowel voor meisjes als jongens tot  stereotiepe beroepsvoorkeuren, al gebeurt dat op verschillende wijze voor jongens als meisjes.

Een en ander blijkt uit werk van VUB-onderzoekers Laora Mastari, Bram Spruyt en Jessy Siongers naar de relatie tussen gendernormen en beroepsvoorkeuren bij 10 tot 13-jarigen in Vlaanderen.

Bepaalde beroepen worden gekenmerkt door de typische verwachtingen en voorschriften die de samenleving heeft ten aanzien van vrouwen en mannen. Deze zijn gebaseerd op genderstereotypen: veralgemeningen van hoe de gemiddelde man en vrouw zich hoort te gedragen.

Sterk en dominant? Jawel

Mannen worden verwacht technisch, fysiek sterk, dominant en moedig te zijn. Die kenmerken komen ook terug in beroepen waar mannen oververtegenwoordigd zijn, zoals elektriciens, software ingenieurs, metselaars, managers van grote bedrijven en brandweerpersoneel.

Zorgzaam en sociaal? Juist

Daarnaast zouden vrouwen zorgzaam en sociaal moeten zijn en bezig met schoonheid. Die kenmerken komen ook opnieuw terug in de beroepen waar vrouwen oververtegenwoordigd zijn, zoals kleuterleidsters, verplegend personeel, kappers en modellenwerk.

Op basis van de data die het Jeugdonderzoeksplatform (JOP) in 2018  verzamelde via een representatieve bevraging bij 10- tot 13-jarige jongadolescenten , kwamen de onderzoekers tot de vaststelling dat de beroepsvoorkeuren van jongens en meisjes zeer voorspelbaar zijn: 91% van de jongens en 85% van de meisjes werd ingedeeld in de juiste gendercategorie op basis van hun beroepsvoorkeuren.

VUB-onderzoeker Laora Mastari trekt alvast twee conclusies: “De beroepsvoorkeuren zijn duidelijk gebonden aan gender(stereotypen). Bovendien zijn de voorkeuren van jongens iets voorspelbaarder en dus ‘stereotypischer’ dan die van meisjes. Dat komt deels doordat de genderverwachtingen strikter zijn ten aanzien van jongens en mannen dan ten aanzien van meisjes. Wanneer een vrouw bijvoorbeeld een typisch mannelijk beroep uitoefent, zoals bijvoorbeeld brandweervrouw, wordt dat sociaal veel sterker geaccepteerd en in sommige gevallen zelfs gevierd als zijnde ‘fantastisch’ en vooruitstrevend. Wanneer een man een typisch vrouwelijk beroep uitoefent, zoals schoonheidsspecialist, krijgen ze vaker negatieve reacties en wordt bijna automatisch hun seksuele voorkeur in vraag gesteld.”

Academisch zelfvertrouwen meisjes bepaalt beroepsvoorkeur

Het onderzoek stelt ook vast dat meisjes met een laag academisch zelfvertrouwen een voorkeur ontwikkelen voor beroepen met typisch vrouwelijke kenmerken, omdat ze ervan overtuigd zijn dat dat meer ‘in hun natuur’ zit. Ze lijken zich minder competent te voelen om mannelijke beroepen uit te oefenen, omdat ze zich niet even ‘intelligent, technisch, fysiek sterk of moedig’ vinden als jongens en mannen.

Het omgekeerde is eveneens waar: meisjes met een hoog academisch zelfvertrouwen ontwikkelen ook een voorkeur voor ‘mannelijke’ beroepen. Hun bereik van potentiële beroepen die ze later kunnen uitoefenen is dus groter.

“Bij meisjes merk je een discours dat wijst op ‘Ik bezit de competenties niet om een mannelijk beroep uit te oefenen’, terwijl dat bij jongens net “Het hoort niet dat ik een vrouwelijk beroep zou uitoefenen” is. Ons onderzoek toont namelijk dat de ontwikkeling van stereotiepe voorkeuren bij jongens sterk gestuurd wordt door de druk die ze ervaren vanuit hun omgeving om mannelijk te zijn”, licht VUB-onderzoeker Bram Spruyt toe.

Rolmodellen?

Het onderzoek toont aan dat wanneer meisjes en jongens afwijken van gendernormen, ze vaker gepest, uitgesloten en soms zelfs fysiek lastiggevallen worden. Vooral voor jongens is dat het geval.

“Het is belangrijk dat genderatypische kenmerken genormaliseerd worden door de samenleving, maar dat kan alleen als de omgeving er positief op reageert. Er is daarom een belangrijke rol weggelegd voor studietrajectbegeleiders en leerkrachten om jongeren te sensibiliseren voor het feit dat competenties niet aangeboren ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ zijn. Men heeft lang gedacht dat stereotiepe beroepsvoorkeuren aangepakt moeten worden via rolmodellen van vrouwen in ‘mannelijke’ beroepen en mannen in ‘vrouwelijke’ beroepen. Onderzoek toont echter dat rolmodellen enkel werken bij meisjes die a priori een hoog academisch zelfvertrouwen hebben. Meisjes hun academisch zelfvertrouwen dient dus opgekrikt te worden. Door de druk die jongens ervaren om ‘mannelijk’ te zijn, komt het er volgens mij op neer dat mannelijke rolmodellen in ‘vrouwelijke’ beroepen zowel typische mannelijke als vrouwelijke kenmerken bezitten. Op die manier kunnen alle jongens zich identificeren.” licht Laora Mastari toe.

Enkel vrouwen stimuleren werkt niet

Genderstereotypen aanpakken op alle vlakken is volgens de onderzoekers bijzonder moeilijk, maar de resultaten van het onderzoek tonen wel welke mechanismen er precies schuilen achter de stereotiepe beroepsvoorkeuren en de oververtegenwoordiging van mannen en vrouwen in bepaalde sectoren.

“Men wil vrouwen vaak naar mannelijke sectoren stuwen, maar er wordt minder belang gehecht aan de doorstroming van mannen naar vrouwelijke sectoren. Dat is geen doeltreffende manier om de genderongelijkheid op de arbeidsmarkt aan te pakken. Het verschuift genderongelijkheid namelijk alleen. Dat heeft deels te maken met het feit dat mannelijke sectoren over het algemeen meer maatschappelijk aanzien genieten dan vrouwelijke sectoren. Vrouwelijke sectoren (bijvoorbeeld de zorgsector)  moeten opgewaardeerd worden en zowel voor jongens als meisjes een aantrekkelijke beroepskeuze worden”, besluit VUB-onderzoeker Jessy Siongers.