Sociale verkiezingen en hun impact

16 november 2020
Tekst
Jo Cobbaut
Sociale verkiezingen en hun impact

In zo’n 6000 organisaties zijn er vanaf vandaag tot 29 november alsnog sociale verkiezingen. De coronacrisis belette hun normale timing in mei. De verkiezingen leggen de basis van zo’n 3000 ondernemingsraden en 6000 comités voor preventie en bescherming op het werk. En die maken wel degelijk een verschil. Bovendien genieten ze van een breed draagvlak.

De ondernemingsraad is verplicht in alle ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld ten minste 100 werknemers tewerkstellen. Bovendien moeten deze raden ook worden vernieuwd zodra een onderneming gewoonlijk gemiddeld ten minste 50 werknemers tewerkstelt. In de ondernemingen die tussen 50 en 99 werknemers tewerkstellen en die een ondernemingsraad moeten vernieuwen, zijn verkiezingen niet nodig. Het mandaat van de leden van de raad wordt uitgeoefend door de verkozen personeelsafgevaardigden van het comité voor preventie en bescherming op het werk..

Er moet een comité voor preventie en bescherming op het werk worden opgericht of vernieuwd in alle ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld ten minste 50 werknemers tewerkstellen.

Inspraak

De ondernemingsraden en ‘comités voor preventie en bescherming op het werk’ zijn paritair samengestelde inspraakorganen. Enerzijds zetelen het ondernemingshoofd en zijn vertegenwoordigers, anderzijds de vertegenwoordigers van de werknemers in de onderneming.

Het ondernemingshoofd kiest zijn leden onder het leidinggevend personeel, de leden van de werknemersafvaardiging kiezen de werknemers zelf. Het is de representatieve werknemers- en kaderledenorganisaties (deze laatste enkel bij verkiezingen voor de ondernemingsraad) die hen voordraagt.

Effecten?

Welk verschil maakt de aanwezigheid van een vakbond in een organisatie? Uit officiële jaarrekeningen en balansen die ondernemingen neerleggen bij de Nationale Bank concludeert vakbond ACV dat er heel wat effecten zijn. In ondernemingen met sociaal overleg:

  • Zijn de gemiddelde bruto jaarlonen gemiddeld meer dan 5.000 euro hoger dan in vergelijkbare ondernemingen zonder sociale verkiezingen;
  • Krijgen veel meer werknemers de kans om een opleiding te volgen. Het verschil loopt op van 10% tot zelfs 30% in bepaalde sectoren;
  • Is de werkzekerheid groter: er is meer vast werk, minder tijdelijk werk, minder interim en er vallen minder ontslagen.
  • Is de loonkloof kleiner; er zijn bijvoorbeeld minder verschillen tussen de lonen van mannen en vrouwen.
  • Is er meer aandacht voor welzijn op het werk en gebeuren minder arbeidsongevallen.
  • Zijn er minder geschillen die leiden tot gerechtelijke procedures. Tot 75% of meer van de gerechtelijke procedures die het ACV start, loopt tegen werkgevers waar er geen sociaal overleg is binnen het bedrijf. 

Sterk draagvlak voor vakbonden

De vakbonden, zeker daar waar ze effectief aanwezig zijn, kunnen rekenen op een groot draagvlak in het bedrijf. Dat blijkt telkens weer uit een onderzoek dat hr-dienstverlener Randstad al sedert 2004 uitvoert naar aanleiding van de sociale verkiezingen. Werknemers blijven globaal genomen positief, bij uitbreiding trouwens ook over het sociaal overleg in het bedrijf.

Er zijn geen aanwijzingen dat dit draagvlak afkalft doorheen de tijd, zo schrijft auteur en arbeidsmarktdeskundige Jan Denys. Ook in 2020 heeft 70% van de werknemers vertrouwen in de vakbond. 53% voelt zich zelfs sterk betrokken bij de vakbond. En voor zeven op tien werknemers mag de vakbond zelfs in de raad van bestuur van het bedrijf zitten. Bij kaderleden gaat het nog steeds om 46%.

Tevredenheid over de eigen participatiemogelijkheden daalt licht

De positieve visie van de gemiddelde werknemer ten aanzien van de vakbond en de sociale verhoudingen in het bedrijf neemt niet weg dat de tevredenheid over de persoonlijke participatiemogelijkheden in het bedrijf licht afneemt. Dit geldt zowel voor het bedrijf als geheel, de afdeling waar men werkt als de eigen werkplek, zo blijkt uit de jongste editie van de studie van Randstad. In 2012 bedroeg de gemiddelde score voor het eigen bedrijf 6, in 2020 bedroeg deze 5,7. Deze daling ziet Jan Denys bij alle mogelijke subgroepen. Na de lockdown was er nog een heel lichte daling naar 5,6. “De vraag dringt zich op of de mogelijkheden om te participeren in het bedrijf echt afnemen doorheen de tijd, of dat het hier om gestegen verwachtingen van de werknemers gaat.”

De licht dalende tevredenheid inzake participatiemogelijkheden heeft geen direct effect op de tevredenheid, motivatie en verbondenheid met het bedrijf. Deze blijft grosso modo stabiel (resp. 6,7, 6,8 en 6,4 bij eerste meting). Bij de tweede meting na de lockdown van het voorjaar lagen de cijfers in alle drie de gevallen trouwens iets hoger dan bij de eerste meting (resp. 6,9, 7 en 6,6).

De tevredenheid over de institutionele participatiemethodes (ondernemingsraad, syndicale delegatie, comité voor preventie en bescherming op het werk) blijft heel stabiel in vergelijking met 2016 (resp. 6,3, 6,3 en 6,4)

ACV, ABVV en ACLVB

Kandidaten voor de sociale verkiezingen komen op een lijst van één van de drie grote vakbonden die ons land kent: het christelijke ACV, het socialistische ABVV en de liberale ACLVB. Vier jaar geleden haalden ze het volgende resultaat

  • ACV: 53%
  • ABVV: 35%
  • ACLVB: 12%