Het probleem met passie

10 mei 2022
Het probleem met passie

Wie de realiteit door een hr-bril bekijkt, riskeert die realiteit te reduceren tot een wereld van werk. Wie de mens bekijkt door een hr-bril, riskeert die mens te reduceren tot een productiefactor. Het kan cru klinken, maar we krijgen al jaren de boodschap dat wie werkt vanuit zijn passie, nooit werkt. En wie zijn allerindividueelste passie kan koppelen aan het doel van een organisatie zit helemaal goed. Toch? De Amerikaanse professor Erin A. Cech argumenteert dat dit niet alleen een mythe is, het is bovendien een kwalijke mythe (vanaf p. 34).

Initieel zag Erin Cech hoe vooral hogeropgeleide witteboorden meegaan in het verhaal en lange uren kloppen om hun passie te beleven. Ze zag in cijfers in de VS dat ze toch dikwijls in een dood straatje belandden en het slachtoffer werden van een burn-out.

Het passieverhaal sluit aan bij een ander discours over de meerwaarde van individualisme en zelfexpressie. Sociale media speelden daarin ongetwijfeld een rol. Erin Cech analyseert dat denken over werk als passie een (schijn)oplossing biedt voor twee soorten druk: de economische druk om steeds harder te werken en de sociaal-culturele druk richting zelfexpressie. Individuen verzoenen zich als het ware met die druk door de idee dat ze hun passie volgen in hun werk en dat alles bovendien voor een zinvol doel. Het klassieke discours heeft het dan over een win-winsituatie waarbij een werkgever gemotiveerde werkers krijgt die zich ook kunnen uitleven in wat ze graag doen.

Wat is dan het probleem? Om te beginnen is er de explosie aan burn-outs en langdurig zieken. Erin Cech vreest dat wie koste wat het kost passionerend werk wil vinden een zeer groot deel van wie hij is, afstemt op betaald werk. Natuurlijk is plezier in en rond het werk belangrijk, zolang de zoektocht naar je passie in betaald werk niet ten koste gaat van andere motieven. Zolang die ons niet belet om een breder evenwicht te vinden in het leven en om betekenis en zingeving te vinden buiten ons betaald werk. Het kan al heel wat zijn om werk te doen waarbij je voldoening haalt uit pakweg contact met collega’s, of als je gelooft dat de organisatie zinvolle doelen nastreeft. Je zou kunnen denken dat dit een probleem is voor een select kransje van hogeropgeleiden. Maar Cech vreest dat ook werknemers die werk doen waarvoor ze geen passie voelen, dikwijls toch verondersteld worden om te doen alsof. In een steekproef zag Erin Cech aanwijzingen dat werknemers in bijvoorbeeld front desks onder druk staan om te doen alsof ze dat met hart en ziel doen.

Misschien moeten hr-professionals hun energie steken in alles wat medewerkers in de soms stresserende praktijk toelaat om mens te blijven en geen productiefactor? Misschien zijn de goede werkgevers niet noodzakelijk die werkgevers die beweren dat ze de wereld verbeteren of de verwachtingen van de klant telkens weer overtreffen? Houden werkgevers met grote budgetten voor employer branding, verhalen over purpose en kreten over fantastische de employee experiences, nog voldoende prioriteit over voor de juiste dingen?

U zit in een bevoorrechte positie om daarover te oordelen.