Opgelet voor pauzes die er geen zijn

1 december 2021

Geldt een pauze die tijdens de werkuren aan een werknemer wordt toegestaan als 'arbeidstijd' of als 'rusttijd' in de zin van Richtlijn 2003/88? [1] Wat zegt het HvJ-EU hierover in zijn arrest van 9 september 2021? [2]

De zaak ging over een brandweerman die tijdens zijn pauze een zender bij zich moest dragen die hem, indien nodig, waarschuwde dat een interventievoertuig hem binnen twee minuten zou komen ophalen. Zijn werkgever beschouwde de pauze niet als arbeidstijd. De man werd dan ook niet betaald, tenzij hij tijdens de pauze moest uitrukken. Volgens de brandweerman gold de pauze (ongeacht of die werd onderbroken of niet) als arbeidstijd en moest ze dus worden vergoed. Daarom diende hij een vordering in die zin in bij de Tsjechische rechtbank.

Nadat hij de zaak in eerste instantie had gewonnen, werd de werknemer voor het Tsjechische Hooggerechtshof in het ongelijk gesteld. Dat hof oordeelde (op basis van de nationale jurisprudentie) dat de pauzes niet als arbeidstijd konden worden beschouwd en dus niet hoefden te worden betaald, aangezien de onderbrekingen zich slechts incidenteel voordeden en onvoorspelbaar waren. De verwijzende rechtbank, naar wie de zaak vervolgens voor een uitspraak ten gronde werd terugverwezen, zag zich enerzijds geconfronteerd met een bindende uitspraak van het Tsjechisch Hooggerechtshof, maar meende anderzijds dat ze genoodzaakt zou kunnen zijn om de pauzes als ‘arbeidstijd’ in de zin van richtlijn 2003/88 aan te merken gezien de omstandigheden waarin ze moesten worden genomen. Daarop besloot de rechtbank zich tot het HvJ-EU te wenden.

Aan het HvJ-EU werd de volgende vraag gesteld: moet artikel 2 van richtlijn 2003/88 zo worden geïnterpreteerd dat de pauze die aan een werknemer tijdens zijn dagelijkse arbeidstijd wordt toegestaan en waarin hij indien nodig binnen twee minuten moet kunnen uitrukken voor een interventie, aangemerkt moet worden als ‘arbeidstijd’ dan wel als ‘rusttijd’? Heeft het incidentele en onvoorspelbare karakter van de interventies tijdens die pauzes en de frequentie waarmee ze zich voordoen een invloed op die kwalificatie?

Arbeidstijd of rusttijd?

Om te bepalen of de betreffende pauze moet worden vergoed (of niet), moet men zich de vraag stellen of die pauze als 'arbeidstijd' dan wel als 'rusttijd' wordt beschouwd. Terwijl 'arbeidstijd' in richtlijn 2003/88 wordt gedefinieerd als 'de tijd waarin de werknemer werkzaam is, ter beschikking van de werkgever staat en zijn werkzaamheden of functie uitoefent', wordt 'rusttijd' negatief omschreven als 'alle tijd die geen arbeidstijd is'. Een kwalificatie als 'arbeidstijd' sluit dus per definitie een kwalificatie als 'rusttijd' uit.

Om te antwoorden op de gestelde vraag, verwijst het HvJ-EU allereerst naar de (uitgebreide) jurisprudentie inzake wachtdiensten om tot het besluit te komen dat: een tijdens de dagelijkse arbeidstijd toegestane pauze moet worden beschouwd als 'arbeidstijd' (en dus niet als rusttijd) wanneer de werknemer tijdens die pauze binnen een termijn van twee minuten moet kunnen uitrukken voor een interventie, en dat de aan die werknemer opgelegde beperkingen tijdens die pauze van dien aard zijn dat ze objectief gesproken en in zeer aanzienlijke mate gevolgen hebben voor zijn mogelijkheden om de tijd waarin er geen beroepswerkzaamheden van hem worden verlangd, vrijelijk in te vullen en aan zijn eigen interesses te besteden.

Een pauze kan dus, in welbepaalde omstandigheden, als arbeidstijd worden beschouwd.

[1] Richtlijn 2003/88 van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd.

[2] HvJ-EU (10e k.) nr. C-107/19, 9 september 2021 (XR / Dopravní podnik hl. m. Prahy, akciová spolecnost).

Frédérique Gillet
Advocaat DLA Piper UK LLP