Jermias Prassl: “Innovatie en regulering zijn niet onverzoenbaar”

23 juni 2020
Tekst
Jo Cobbaut
Jermias Prassl: “Innovatie en regulering zijn niet onverzoenbaar”

Flexibel (bij)verdienen via een platform als Uber, TaskRabbit of Deliveroo? Voor sommigen is dat de ultieme combinatie van entrepreneurship en innovatie! Maar tegenstanders zien hoe algoritmes elk aspect controleren van wat de freelancer doet. Die laatste wroet soms als een slaaf voor minder dan een minimumloon.

SD Worx gaf ons de kans om te spreken met de auteur van ‘Humans as a service’. Jeremias Prassl opent zijn boek met twee versie van hetzelfde verhaal: de rampversie en de versie die leest als succesverhaal over de Gig Economy. De Britse jurist (Oxford, Magdalen College) concludeert dat een duurzame Gig Economy denkbaar is. Maar dan moeten we innovatief reguleren. En ja, innovatie en regulering zijn wel degelijk verzoenbaar

Maar eerst de vraag aan Jeremias Prassl of het fenomeen Gig Economy wel zo’n vlucht neemt.

Jeremias Prassl – Inderdaad, de wat ernstiger studies van pakweg OESO gaan tot maximaal drie procent aan freelancers. Maar is dat wel de juiste vraag? Vanuit regelgevend standpunt stelt de Gig Economy ons voor problemen die helemaal niet uniek zijn voor die Gig Economy. We zien al veertig jaar werk gekenmerkt door onregelmatigheid (in de vraag naar werk), door multilateraliteit (veel werkgevers), door een vager onderscheid tussen consument en werkgever (zijn klanten die een loodgieter laten komen via een platform dan plots werkgevers?). Technologische platformen of apps mogen geen reden zijn om te vervallen in technologisch uitzonderingsbeleid. We hebben géén nieuwe regelgeving nodig op maat van de Gig Economy.

We lezen al over diverse juridische uitspraken rond platformen en het statuut van hun ondernemers/werknemers.

Jeremias Prassl – We zien als het ware de Eerste Golf van regulering. Er zijn vandaag nogal wat onderzoekscommissies actief. In het Verenigd Koninkrijk zien we de Taylor Review, in Duitsland verscheen het rapport Arbeit 4.0, de Deense regering heeft een Disruptieraad, met de sociale partners en het kabinet aan dezelfde tafel. Ik ontmoette jullie Kris Peeters in het kader van een ILO-conferentie. In deze fase wordt het fenomeen nog bestudeerd, vandaar dat ik waarschuw voor een van beide extreme verhalen: we moeten de platformen zeker niet verbieden, maar ze evenmin ongemoeid laten.

Maar er zijn toch al uitspraken, bijvoorbeeld over Uber-chauffeurs, die door de rechter als werknemers worden gekwalificeerd?

Jeremias Prassl - Ja, maar daartegen werd beroep aangetekend. Noteer ook dat Uber geen representatief voorbeeld is, want het is actief in de taxi-sector en dat is een van de sterkst geregulariseerde sectoren. Platformen zoals Deliveroo of TaskRabbit opereren in een helemaal niet gereguleerde omgeving.

Na lectuur van uw boek hou ik een beeld over van een algoritme als een zeer verregaand middel van controle. Rij- en rusttijden, responstijden, reacties van klanten… ze worden allemaal geregistreerd en verwerkt tot een score, soms met éénzijdige willekeurige aanpassingen, ook van tarieven, door het patform.

Jeremias Prassl – Ja, maar veel hangt af van hoe je de algoritme hanteert. Mensen onderdrukken is niet iets wat exclusief is voor algoritmen.

Het is meer het gebrek aan ethiek achter de manier waarop platformen werken?

Jeremias Prassl - De toekomst van werk zal ons niet overkomen. Het zin onze keuzes van vandaag die het werk van morgen vorm zullen geven. Een algoritme dat een fietskoerier helpt om de snelste weg te vinden, is prima. Maar of er dan een extra laagje moet bijkomen dat hem dwingt om steeds sneller te zijn, is natuurlijk weer een andere kwestie. Om maar te zeggen dat het gebruik van algoritmes positief kan zijn, maar ook zeer nefast.

Wetgeving en innovatie worden wel eens als onverenigbaar afgeschilderd.

Jeremias Prassl - Regelgeving kan innovatie bevorderen door te zorgen voor een transparant speelveld. Als alle spelers gedwongen worden om dezelfde werknemersrechten te respecteren, negatieve maatschappelijk effecten te vermijden, of om belastingen te betalen, inclusief btw, zoals anderen, zullen ze hun innovatie focussen op hun aanbod. Heel wat klassieke taxibedrijven hebben nu ook een app waarop klanten kunnen zien hoe hun taxi er aan komt. Dan krijg je concurrentie op basis van technologie, niet op basis van het ontduiken van bepaalde verplichtingen. Bedrijven die bestaan op basis van het ontwijken of breken van bepaalde regels, hebben geen recht van bestaan. Historisch is het altijd zo geweest dat elementaire standaarden zorgden voor innovatie; ze stonden de innovatie niet in de weg. Je ziet bijvoorbeeld in technologische sectoren dat net medewerkers die zich gerust voelen en in een stabiele werksituatie werken, juist meer risico nemen en innovatief gaan denken. Wie enkel betaald wordt voor levering van een specifieke prestatie, zal op safe spelen. Wist je dat Californië veruit de sterkste wettelijke bescherming voorziet voor werknemers in de VS? Toch kent datzelfde Californië de innovatiefste bedrijven. Mensen durven er dan ook risico te nemen. En dat willen we toch, niet? Werken wordt interessant, plezant. In zo’n omgevingen krijg je het beste bedrijfsspecifiek menselijk kapitaal.

Interessant concept: bedrijfsspecifiek menselijk kapitaal…

Jeremias Prassl - Ik sprak onlang met de ceo van een technologiebedrijf dat hoogtechnologische onderdelen maakt voor vliegtuigen. Ze probeerden het ontwerp en de productie van componenten te analyseren en op te splitsen in deeltaken, die dan konden worden geautomatiseerd. Ze zijn gestopt. Op een of andere ongrijpbare wijze werd het eindresultaat toch nooit hetzelfde als wanneer het gebeurde door de mensen. Daar speelt blijkbaar een bedrijfsspecifiek menselijk kapitaal dat het verschil maakt. Dat krijg je in omgevingen waar mensen al eens tien minuten doelloos uit het raam zitten te staren. Je krijgt dat niet door alle werk op te splitsen in steeds kleinere series van handelingen, al lijkt dat op korte termijn niet efficiënt. Er zijn dus taken die je kunt uitsplitsen en automatiseren, maar de vraag is of je dat daarom ook wil.

Wat zijn voorbeelden van creatief regelgevend werk?

Jeremias Prassl - Er zijn bijvoorbeeld pistes voor een verschillend minimumloon voor enerzijds werkers met een vast contract en anderzijds een minimumloon met een premie bovenop voor gig-werkers. Het is wat uitkijken met effecten. Zodra je het verschil te groot maakt, lok je misschien mensen in zelfstandigheid om de verkeerde redenen. Er speelt altijd een factor tijd: op korte tijd krijgen mensen duidelijk meer, dus kiezen ze voor het kortetermijnvoordeel, ook al genieten ze op langere termijn voordelen van een betere sociaal vangnet. Ik kijk hiernaar zoals ik kijk naar flexibiliteit en de arbeidsmarkt. Ik denk dat de arbeidsmarkt wel degelijk flexibel moet zijn, maar de flexibiliteit moet voldoende tweezijdig zijn. Flexibel werk is extreem waardevol voor werkgevers, want je schakelt flexibel werk in wanneer het nodig is en je krijgt dus als het ware per definitie een nuttigheidsgraad van honderd procent. Dat voordeel moet eerlijk verdeeld worden. Een hoger loon voor flexibel werk is een manier om een prijs te plakken op het risico voor de flexibele werknemer. Dingen lopen helemaal verkeerd als flexibele werkregelingen een dekmantel worden voor regelingen die alle risico leggen bij één partij, in casu de werknemer. Je kunt veel verklaren vanuit een risicomodel: de standaard manier om risico te verkleinen (je kunt het nooit helemaal verwijderen), is diversificatie. Als je honderd taxi’s hebt rijden en er zijn er tien leeg, dan is dat wellicht aanvaardbaar. Maar een taxibedrijf met één taxi kan dat risico niet diversifiëren.

Moet er een apart statuut komen? In Groot-Brittannië zoekt men daar toch naar?

Jeremias Prassl – Een derde statuut kan een goed idee zijn afhankelijk van hoe het wordt gebruikt. In Polen bijvoorbeeld ontwijkt men de binaire benadering door een minimumloon op te leggen voor iedereen, of je nu entrepreneur bent of werknemer.

Ik vrees echter dat een derde statuut vooral voor meer verwarring zal zorgen. In een ideale situatie laten de regels flexibiliteit toe voor diegenen die ze echt willen. Ik denk aan sommige van mijn studenten die fietsen voor Deliveroo. Dat is zeker géén geval van uitbuiting, maar een echte winwin.

Kader – ‘Humans as a service’

In ‘Humans as a Service’ analyseert Jeremias Prassl zowel het hoeraverhaal achter de platformeconomie als de donkere kant. In het hoeraverhaal biedt de technologie achter de platformen aan individuen de kans om ondernemerschap te ontwikkelen rond iets wat ze graag doen.

Maar een aantal zelfstandige koeriers, chauffeurs, klussers etc. wordt door de overeenkomst waarbinnen ze werken gedwongen om zich te schikken naar de algoritme. Die beknot hun vrijheid van ondernemerschap.

Maar ook de belastingontvanger loopt inkomsten mis.

Bovendien lopen ook klanten risico en worden ze niet altijd even goed bediend als ze konden verwachten. Werknemers, de maatschappij en klanten hebben dus baat bij een goede regulering zonder het kond met het badwater weg te gooien, zo besluit ‘Humans as a Service’.

Jeremias Prassl, Humans as a Service. The Promise and the Perils of Work in the Gig Economy, Oxford University Press.