Het kleiner geheel. De Vroomheid van de kappers

25 januari 2021
Tekst
Ralf Caers
Het kleiner geheel. De Vroomheid van de kappers

In ‘Het Kleiner Geheel’ fileert Ralf Caers de actualiteit en zoekt hij uit wat we van het wereldtoneel moeten onthouden om ons eigen leven en werk beter te maken. Deze week: Perspectief voor de kappers.

Toen ik jaren geleden in Mechelen woonde, liet ik mijn haar knippen bij Beauxhaar. De verfijnde woordspeling op ‘bos haar’ deed immers vermoeden dat de snit ook artistiek correct zou zijn. Mocht de zaak vandaag nog bestaan, kapper Danny zou blij zijn dat er weer perspectief is voor de kappers: 13 februari wordt eindelijk weer een dag van arbeid. Dat ik net die dag 40 word, heeft er mogelijk niets mee te maken.

Volgens de verwachtingstheorie van Vroom moeten mensen drie zaken hebben voor ze een inspanning willen leveren. Ten eerste is er de ‘valence’, wat betekent dat je de beloning waardevol moet vinden. Na een lange periode van gesloten deuren is een heropening zeker wenselijk, dus dat zit al goed.

Het tweede aspect is de zogenaamde ‘expectancy’, waarbij je moet geloven dat je met jouw inspanning het resultaat kan beïnvloeden. Dat is al maanden het haar in de boter. Want terwijl de kappers door het respecteren van de maatregelen wel hun eigen gezondheid kunnen beschermen, hangt de heropening van de kapperszaken af van het aantal besmettingen. Als de populatie de regels niet volgt en de cijfers niet dalen, dan heeft het gedrag van de kappers dus amper invloed op de openingsdatum. Het is mede daarom dat de overheid campagnes zoals ‘het team van 11 miljoen’ verzon. Want als 11 miljoen mensen aan één zeel trekken en dezelfde inspanning leveren, dan leidt die inspanning wel tot het resultaat en is er dus wel ‘expectancy’.

Het derde aspect van Vroom is de ‘instrumentality’. Dat is het geloof dat als we het vooropgezette doel bereiken, men ons ook de beloning zal geven. Maar een dag nadat het perspectief gezet was, suggereerde men al dat een heropening op 13 februari verre van zeker is. Zelfs als de cijfers goed evolueren, zouden we blijvend moeten opletten en onszelf beperken om bijvoorbeeld de Britse of Zuid-Afrikaanse variant de pas af te snijden.

De overheid moet zich vergewissen van de impact die ‘instrumentality’ heeft. Door een concrete datum te prikken heeft men van de kappers een symbooldossier gemaakt, het begin van het einde. Wie daar nog aan wil tornen, zal van goeden huize moeten zijn. Doemberichten over wat mogelijk, eventueel, potentieel, zou kunnen gebeuren, volstaan dan niet langer. Als onze kat een paardenstaart had, dan knipten we ze achter de stoof. Maar dat is helaas niet het geval.

Als men een nieuw uitstel niet met staalharde argumenten onderbouwt, zal men de indruk wekken dat men altijd wel een manier zal vinden om dat wat men belooft, niet te moeten geven. En wie niet geeft wat hij belooft, heeft de volgende keer niemand meer om iets aan te beloven.

Ralf Caers is professor HRM aan de KULeuven, gastprofessor HRM aan de Ehsal Management School en de Universiteit Hasselt en zaakvoerder van de coachingpraktijk Passiemento.