Gezocht: herintreders

4 oktober 2022
Tekst
Jo Cobbaut
Beeld
pexels

Bijna één op tien van de 150.000 mensen op arbeidsleeftijd die (tijdelijk) thuisblijven voor zorgtaken, willen graag onmiddellijk weer aan de slag. Het beleid wil beter focussen op die herintreders.

Dat blijkt uit onderzoek van VDAB. Negen procent van die ‘herintreders’ met een zorgtaak zou zelfs meteen aan de slag willen. Die groep wordt groter, tot 28%, bij de vraag of ze ‘in de toekomst’ aan de slag zouden willen gaan. Wanneer herintreders reeds ingeschreven zijn bij VDAB, stijgen deze cijfers significant naar respectievelijk 32% en 64%.

Minister van Werk Jo Brouns legt het verband met het streefdoel om in Vlaanderen de werkzaamheidsgraad op te trekken tot 80%. We moeten verder kijken dan enkel de werkzoekenden. “De niet-beroepsactieven en meer specifiek de herintreders, zijn een belangrijk te activeren groep. Er werd dan ook specifiek aandacht aan besteed in het pas afgesloten  Vlaams  Werkgelegenheidsakkoord.”

Meer dan de helft van de herintreders gaat ermee akkoord dat ze zich beter zouden voelen bij een job. Ze willen herintreden voor

  • hun welzijn,
  • hun financieel welzijn,
  • ontmoetingen,
  • nieuwe ervaringen,
  • de nuttige tijdsbesteding en
  • omdat hun zorgtaak wegviel. 

Jobbonus

Minister Brouns wil dat het beleid hierop inspeelt. “Met de jobbonus willen we in Vlaanderen het verschil tussen werken en niet werken groter maken. Ook voorzien we opleidingen op de werkvloer, om mensen sneller aan de slag te helpen in onder andere werk-zorgtrajecten. Minister van Welzijn Hilde Crevits wil deze legislatuur meer dan 7.000 extra plaatsen creëren in de kinderopvang. Dat is nodig. We mogen daarnaast ook de waarde van een goede job niet onderschatten, er wordt nog te vaak negatief naar werk gekeken. Werk zorgt voor inkomen, voldoening, vertrouwen, eigenwaarde, structuur, sociale verbondenheid,…”

Gezocht: goede werksfeer

De respondenten die aangeven dat ze willen zoeken naar een job, zoeken vooral een goede werksfeer (53%) en het loon (36%). Daarnaast blijkt dat herintreders vragende partij zijn voor gezinsflexibiliteit. Ze willen

  • flexibele uren (32%);
  • beperkte reistijd (27%);
  • begrip van de werkgever voor familiale omstandigheden (32%).

Met het recent afgesloten Vlaams Werkgelegenheidsakkoord wil minister Brouns hier alvast extra aandacht aan besteden. Werkbaar werk is immers één van de vier hoofdpijlers.

Ook de voorkeur voor deeltijds werken is groot. Daarnaast is er een voorkeur voor een vast contract, al zien sommigen een interimjob als een kans om te weten te komen wat bij hen past. 

Herintreders die aan de slag willen, tonen vooral interesse in deze drie sectoren: (1) business support, retail en ICT (34%); (2) zorg en onderwijs (31%) en (3) diensten aan personen en bedrijven (17%). Ook is er een grote interesse in knelpuntberoepen. Niettemin heeft de helft van de herintreders geen ervaring in het gewenste beroep en verwachten ze dat een opleiding nodig zal zijn om het beroep uit te oefenen.

De zorgtaak en betaald huishoudelijk werk

De zorgtaak voor kinderen of andere personen is niet voor iedereen de enige of de belangrijkste aanleiding voor inactiviteit. De helft stopt bijvoorbeeld (ook) met werken vanwege gezondheidsproblemen of het einde van een contract of ontslag.

Ze is wél de hoofdreden voor die specifieke herintreders die nog geen betaalde job hebben gehad (84%).

De zorgtaak wordt iets minder vaak genoemd als reden om te stoppen met de laatste betaalde job (75%) en minder dan de helft ziet het vandaag nog als een reden om niet te gaan werken (44%).

Basisinkomen? Neen

Bij dat alles hechten herintreders veel belang aan de zorgtaak. Zeven op de tien herintreders benadrukken dat huishoudelijk werk even zinvol is als een betaalde job en dat huishoudelijk werk betaald zou moeten worden. Minister Brouns is evenwel geen voorstander van een algemeen basisinkomen. Internationale voorbeelden toonden in het verleden al aan dat een dergelijk beleid de welvaart niet per se ten goede komt.

Nood aan informatie

Van wie graag aan het werk willen, heeft de helft recent gezocht naar werk. Bij herintreders die VDAB bereikte, leeft een vraag naar informatie over

  • de financiële gevolgen van werken op het gezinsinkomen (39%)
  • gevolgen vooruitkeringen of tegemoetkomingen (33%),
  • hulp bij het zoeken naar een betaalde job (33%) en
  • passende jobs (32%) passen,
  • opleidingen en de kosten ervan (respectievelijk 29% en 28%) en
  • passende opleidingen (25%).

Minister Brouns kijkt ook naar de lokale besturen. “We verdiepen daarom de samenwerking tussen VDAB en de lokale besturen met gerichte samenwerkingsovereenkomsten én zetten via het Europees Sociaal Fonds partnerschappen op met lokale besturen én lokale belanghebbende actoren zoals OCMW’s, opleidingsverstrekkers enz.”

Ook de betrokkenheid van ondernemingen noemt minister Brouns belangrijk. “Via begeleiding en opleiding op de werkvloer moet het absoluut mogelijk zijn om snel aan de slag te gaan, bijvoorbeeld in de ouderenzorg of in de kinderopvang. Samen met VDAB willen we alvast de nodige inspanningen leveren om hen te activeren: een job is ook een investering in sociale rechten, zoals een hogere werkloosheidsuitkering indien dat nodig zou zijn, of uiteindelijk een pensioen.”