Gemiddelde anciënniteit stijgt tot bijna elf jaar

16 januari 2020
Tekst
Jo Cobbaut
Gemiddelde anciënniteit stijgt tot bijna elf jaar

Belgen blijven hun werkgever langer trouw dan tien jaar geleden. De gemiddelde anciënniteit was in 2009 net tien jaar, vandaag is die bijna elf jaar.

Hr-dienstenbedrijf Acerta analyseerde gegevens van ruim 260.000 werknemers bij ruim 32.000 werkgevers. In 2019 bleek 54% van de werknemers meer dan vijf jaar bij dezelfde werkgever te werken. Een derde van de werknemers heeft zelfs een anciënniteit van meer dan tien jaar.

De gemiddelde anciënniteit bedraagt tien jaar en tien maanden, de mediaan zeven jaar en negen maanden. In 2009 was de gemiddelde anciënniteit nog tien jaar en anderhalve maand; in 2014 was ze al gestegen tot tien jaar en vierenhalve maand.

Langere anciënniteit positief indien...

Is een hogere anciënniteit een goede zaak? Uit het Acerta-onderzoek blijkt er iets als een 5-year itch te bestaan. Na vier tot vijf jaar in eenzelfde rol, ontstaat interesse voor bijkomende taken of voor een wijziging van de rol. Dan nemen medewerkers makkelijker het initiatief om de onderneming te verlaten. Voortdurende opleiding en interne mobiliteit houden de werkgever-werknemerrelatie fris en scherp.

Tom Vlieghe, directeur van het Career Center van Acerta, pleit niet voor een voortdurende functiecarrousel, wel voor meer continue flexibele beweging. Zo wordt niet alleen de kennis beter gewaarborgd, maar de medewerker kan ook wisselen tussen comfortzone en stretch. “Cruciaal is een open dialoog over toekomstperspectieven. Als dan blijkt dat de individuele ontwikkelingsnoden van een medewerker en de noden van de organisatie een andere richting uitgaan, is het geen schande om buiten de relatie naar een passende uitdaging te kijken."

Offboarding

De Acerta-directeur wijst ook op het nut van een goede offboarding. "We weten uit onderzoek dat een op de twee werknemers ervoor openstaat om op een later moment terug te keren naar een ex-werkgever. Een medewerker die terugkeert heeft een positief effect op het team, bovendien brengt hij of zij nieuwe inzichten mee”, zegt Tom Vlieghe.

Arbeider of bediende, man of vrouw, het maakt weinig verschil voor de anciënniteit. Ook niet na de invoering van het eenheidsstatuut met kortere opzegtermijnen voor arbeiders in 2014. Toen werd gevreesd voor meer ontslagen. Maar het eenheidsstatuut deed dus de anciënniteitscijfers in België niet dalen.

Verschillen per sector

Wel zijn er verschillen tussen de sectoren. Met de financiële sector als uitschieter: de gemiddelde anciënniteit daar is met eenentwintig jaar en negen maanden meer dan het dubbele van het nationale gemiddelde.

Tom Vlieghe: “Dat de anciënniteit in de social profit in de lijn van het gemiddelde ligt, ondanks de gemiddeld hogere leeftijd van het personeel in die sector, valt mogelijks te verklaren door een instroom van buitenaf van mensen op iets latere leeftijd.

"In de diensten en de handel is de anciënniteit dan weer eerder laag. Ook dat kan wijzen op een personeelsverloop, maar het heeft er wellicht ook mee te maken dat in die sectoren meer starters zijn, die uiteraard weinig anciënniteit opgebouwd hebben. "En er zijn ook opstapjobs,", aldus Tom Vlieghe, "waar de anciënniteit altijd laag zal blijven omdat mensen niet de intentie hebben om daarin te blijven hangen.”

Gemiddelde anciënniteit per sector (Acerta)

Grotere onderneming, hogere anciënniteit

De cijfers van Acerta tonen ook een verband tussen het aantal werknemers dat de werkgever tewerkstelt en de anciënniteit. De cijfers daarvan lopen gelijk op.

Anciënniteit naargelang de grootte van de organisatie (Acerta)

Tom Vlieghe wijst erop dat grotere organisaties meer intern kunnen rematchen. Maar ook bedrijven met minder schaalgrootte kunnen flexibiliteit organiseren door flexibeler rollen te combineren op maat van de medewerker omdat ze minder historiek of georganiseerde structuren hebben.