Een New Deal

1 januari 2021
Tekst
Jo Cobbaut
Een New Deal

Hoewel DEME dezer dagen extra veel energie moet investeren in het welzijn van zijn medewerkers, blijft de langetermijnstrategie van duurzaamheid, internationalisering en diversiteit overeind. Die energie spendeert chief human resources officer Hans Casier met plezier. Veel minder enthousiast is hij over de tijd die zijn team moet stoppen in complexiteit die geen waarde creëert.

Onze loonkost is wat hij is, zo zucht Casier, maar het is vooral de complexiteit die tegenvalt. Hij pleit al langer voor een vereenvoudiging en meer transparantie rond de fiscaliteit en de parafiscaliteit van de looncomponenten en wat die aan kosten meebrengen. “Ik merk weinig maatschappelijk debat rond die typische ‘koterij,” zo betreurt hij. “Tijd voor een New Deal.”

Maaltijdcheques, ecocheques, mobiliteitsbudgetten, warrantplannen en consoorten maken het bijzonder moeilijk, zeker voor een bedrijf dat met internationale profielen werkt binnen een en hetzelfde team. “Laten we de ‘nice to haves’ eens kritisch bekijken, ook met de sociale partners.”

Hans Casier staat lang niet alleen met zijn bedenking. Dat bleek al uit een onderzoek naar de belastingheffing en de sociale zekerheid van verschillende beloningsinstrumenten, uitgevoerd door het Centre for Excellence in Strategic Rewards van Vlerick Business School. Maar zes procent van de bedrijven is tevreden over de algemene loonheffing vanuit zowel fiscale als parafiscale hoek. Niemand wordt vrolijk van vijfendertig verschillende systemen gebouwd rond allerlei extralegale voordelen, met elk hun eigen behandeling in de indirecte belastingen (personen- en vennootschapsbelasting) en de sociale zekerheid.

De grote meerderheid wil de fiscale gunstregimes van heel wat extralegale voordelen laten vallen, in ruil voor een lagere belasting op het vast en variabel salaris, zo concludeert Xavier Baeten van Vlerick Business School. Hij suggereert nog dat de nieuwe fiscale en parafiscale regimes beter toegespitst kunnen worden op een aantal maatschappelijke prioriteiten. In de postcoronaperiode zal er wellicht aandacht zijn voor andere mobiliteit en hybride werkvormen. En ondertussen moet onze activiteitsgraad de hoogte in, dus moeten we permanent vorming aanmoedigen.

Maar nog even terug naar Hans Casier. Januari brengt een verplichte indexverhoging voor iedereen, los van wat je verdient. Moeten we die niet aftoppen?, zo oppert hij. Medewerkers met een lager loon hebben nog altijd baat bij koopkrachtbehoud, maar dat speelt niet voor medewerkers die meer verdienen. “Ik wil de index niet afschaffen, maar de finaliteit is niet meer wat hij x aantal jaren geleden was.”

Stof tot nadenken voor onze beleidsmakers. Misschien creëerde de crisis wat ruimte voor nieuwe ideeën.