Duaal leren, werkplekleren, stages... de onderneming als leerpartner

29 oktober 2020
Tekst
Sonja Teughels
Duaal leren, werkplekleren, stages... de onderneming als leerpartner

Een tweede, of was het nu derde, golf aan besmettingen overspoelt ons land. U zou het misschien niet vermoeden, maar achter de schermen van de acute crisis werken beleidsmakers, academici en sociale partners aan een relance. Mét of zonder vaccin, het zal alleszins met onderneming die een rol opnemen als onderwijs- en activeringspartner. Maar zijn ze daar klaar voor?

Het lijkt een contradictie in deze tijden, maar activering van werklozen en inactieven, staat weldra weer in de top 3 der nieuwjaarswensen. De reden is eenvoudig en tweeledig. De huidige crisis zet zware druk op de overheidsuitgaven en die moeten straks terug betaald worden. Te weinig mensen zijn aan het werk en dat ondermijnt de financiering van onze sociale zekerheid. De ambitie is dat 80% van de bevolking tussen 20 en 64 werkt en dus ook financieel bijdraagt aan de verzorgingsstaat. Vlaanderen was op weg, maar in Brussel en Wallonië was er nog een lange weg te gaan.

De tweede reden is dat de krapte weldra zal hernemen. De bevolking op arbeidsleeftijd veroudert, krimpt en heeft niet altijd de juiste competenties en kwalificaties die onze economie vraagt. De eeuwige mismatch tussen onderwijs en arbeidsmarkt, weet u nog.

Het wordt dus activeren en (bij)leren wat de klok slaat. In die ambitie wordt het leren op de werkvloer een belangrijke sleutel. Zeker in snel veranderende omgevingen, weten ondernemingen best wat iemand moet kennen en kunnen. Het maakt van ondernemingen onderwijs- en activeringspartners met de vraag dat ze hun deuren maximaal openen en mensen omarmen, opvangen en inwerken.

Maar hoe eenvoudig het lijkt op papier, hoe complex en moeilijk het is in de realiteit. Naarmate de activeringstrein op snelheid komt, worden ondernemingen geconfronteerd met mensen die de taal niet kennen, de motivatie niet steeds op zak hebben of eenvoudigweg bepaalde vaardigheden missen om vlot aan de slag te gaan. Het is niet enkel een kopzorg voor de ondernemers in kwestie hoe ze die puzzel moeten leggen te midden van hun dagdagelijkse operationele zorgen. Het is ook een onderschatte zorg voor de vele medewerkers. Zij worden begeleider, coach, aanspreekpunt, mentor, een beetje collega en ook mee verantwoordelijkheid voor het welslagen van dergelijke trajecten.

Wil men tegen 2030 150.000 tot 200.000 mensen extra aan het werk hebben in Vlaanderen, dan zal dit grotendeels in handen liggen van de vele mensen op het terrein en de vele ondernemingen. Werk aan de winkel dus om hen daarin maximaal te ondersteunen.

Sonja Teughels is Senior Adviseur Arbeidsmarkt voor Voka. Deze column schrijft ze echter in eigen naam.