De arbeidsmarkt de voorbije jaren in België en in de EU

8 juli 2020
Tekst
Jo Cobbaut
De arbeidsmarkt de voorbije jaren in België en in de EU

De voorbije twee jaar boekte de Belgische arbeidsmarkt wat vooruitgang inzake werkzaamheids- en activiteitsgraad. De werkzaamheidsgraad evolueerde van 68,5 naar 70,5 procent maar het gemiddelde in Europa steeg nog meer, van 72,1 naar 73,9 procent, zodat België nog altijd zwak scoort. Vlaanderen scoort wat beter en is een middenmotertje.

Vorig jaar bleek uit een studie van Randstad Research dat de Belgische arbeidsmarktpijnpunten dezelfde bleven tussen 2007 en 2017, zo analyseert Jan Denys, arbeidsmarktdeskundige en director Corporate Communications & Public bij Randstad. Een eerdere analyse van vorig jaar had uitgewezen dat België in vergelijking met de rest van Europa voor de meeste pijnpunten tussen 2007 en 2017 geen wezenlijke vooruitgang had gemaakt. Integendeel. België viel in de rangschikking inzake werkzaamheidsgraad terug de 20ste naar de 24ste plaats. Deze analyse gold ook voor de verschillende regio’s: Vlaanderen handhaafde zich in een middenpositie maar Wallonië en Brussel bengelden onderaan de rangschikking.

2018 en 2019 jaren waren sterke jaren voor de arbeidsmarkten. Scoort België inmiddels beter in EU-verband? “Globaal genomen niet”, concludeert Jan Denys, al ziet hij een paar lichtpuntjes.

Werkzaamheidsgraad

België verhoogde zijn werkzaamheidsgraad en zijn activiteitsgraad, maar niet noemenswaardig méér dan de EU als geheel (0,2% extra groei inzake werkzaamheidsgraad, ex aequo wat betreft activiteitsgraad). De kleine extra winst inzake werkzaamheidsgraad kwam volledig op rekening van de vrouwen. De mannen deden het minder goed dan gemiddeld in Europa (ook in Vlaanderen).

Vlaanderen deed het globaal wel beter dan het Europese gemiddelde, maar onvoldoende om de Europese rangschikking te verbeteren. “Ook anno 2020 blijft Vlaanderen een middenmoter binnen Europa. Om bij de topregio’s aansluiting te vinden is nog zo’n vijf pp. extra nodig, een doelstelling van de huidige Vlaamse regering”, zegt Jan Denys.

Ook Wallonië schreef een hogere werkzaamheidsgraad “eindelijk in in het regeerakkoord. Dit is zeker niet te vroeg. De regio’s drijven verder uit elkaar zowel qua werkzaamheidsgraad als inzake activiteitsgraad. Het verschil tussen Vlaanderen en Wallonië bedraagt intussen net geen 11 pp. (10,9). Met Brussel loopt het verschil op tot 13,8 pp. Ook inzake activiteitsgraad groeit het verschil. Het bedraagt nu 8,2 pp. met Wallonië en 7,3 met Brussel. De voorbije twee jaar daalde de activiteitsgraad nog in zowel Brussel als Wallonië.”

Doelgroepen

Jan Denys ziet wat interessante evoluties rond doelgroepen. Vlaanderen deed het flink beter dan gemiddeld bij de -25-jarigen en de 55+’ers. Vooral bij de hooggeschoolde en iets minder mate de middengeschoolde 55+’er dat Vlaanderen het beter deed. Ook bij de jongeren was er winst: + 5,9 pp.

Werkloosheid

Inzake werkloosheid was de situatie beter. Anno 2019 nam de Belgische werkloosheidsgraad fors af (van 7 naar 5,2%). Ter vergelijking: tussen 2007 en 2017 daalde de werkloosheid slechts met 0,2%. België doet daarmee beter dan EU (van 7,5 naar 6,2%).

“Verheugend is dat de positieve prestatie nu niet alleen van Vlaanderen komt”, stelt Jan Denys. Vlaanderen kent een daling van 4,1 naar 3%. In Wallonië daalde werkloosheid van 9,6 naar 7,1%, in Brussel van 14,9 naar 12,5%.

Maar in beide gevallen is dat niet genoeg om de rangschikking binnen Europa te verbeteren. Vlaanderen gooit hoge ogen met de op één na beste score in Europa (alleen Tsjechië doet nog beter met 2%). Wallonië komt uit op een 24ste en Brussel op een 26ste plaats. België haalt globaal een 15de plaats, twee plaatsen winst in vergelijking met 2017, en klimt nu zelfs hoger dan Zweden (18de plaats), nochtans de kampioen inzake werkzaamheidsgraad. Dat laatste is uiteraard alleen te verklaren doordat Zweden extreem lage inactiviteitsgraad heeft.

Vrouwen

Eveneens opvallend is dat in België de werkloosheidsgraad bij vrouwen al een tijdje onder deze van mannen noteert. In de EU 28 is dit nog steeds niet het geval.

Inzake tijdelijke contracten verkleint België zijn kloof met het Europese gemiddelde. In België was er de voorbije jaren een status quo. Ook op langere termijn is er absoluut geen sprake van een stijging inzake tijdelijke contracten.

Het aandeel atypisch werk is in Europa voorbije twee jaar iets afgenomen. Alleen inzake ploegenarbeid is er een status quo. Tegelijk scoort ons land op deze vormen van arbeid iets hoger (opnieuw ploegenarbeid uitgezonderd). Het verschil met Europa is dus eveneens ietwat afgenomen.

Meer in Het verdriet van de Belgische arbeidsmarkt