COVID-19-crisis bedreigt positieve trend inzake ‘vrouwen in werk’

5 maart 2021
COVID-19-crisis bedreigt positieve trend inzake ‘vrouwen in werk’

De PwC Women in Work Index leert dat vrouwen in de OESO-landen de voorbije tien jaar vooruitgang boekten op de arbeidsmarkt. Maar de gezondheidscrisis woog meer op de positie van vrouwen. Die zijn onevenredig sterk vertegenwoordigd in getroffen sectoren. De trend kan zelfs negatief worden de komende jaren.

De PwC Women in Work Index combineert vijf indicatoren van de economische positie van vrouwen: de gelijkheid van inkomens, vrouwen aan het werk in absolute termen en in vergelijking met mannen, vrouwen in werkloosheid en vrouwen in een voltijdse baan. De statistieken van dit jaar zijn van het kalenderjaar 2019 en weerspiegelen de prestaties vóór de COVID-19-pandemie.

België tiende

België behield zijn tiende plaats op de ranglijst in de negende jaarlijkse update van deze ranking. IJsland en Zweden behaalden respectievelijk de twee topposities voor het zesde jaar op rij, met Nieuw-Zeeland op de derde plaats.

Women in Work Index rang

Hoewel België historisch gezien de op twee na grootste stijger is in de Women in Work Index (gaande van de 20e plaats in 2000 naar de 10e plaats in 2019), werd in 2019 weinig vooruitgang geboekt.

De voltijdse arbeidsparticipatie van vrouwen bleef gelijk op 72,0%, terwijl de arbeidsparticipatie van vrouwen verbeterde van 64,3% naar 64,9% in 2019.

De Belgische loonkloof tussen mannen en vrouwen (gedefinieerd als het verschil in mediaan van het  inkomen van mannen en van vrouwen) werd verder verkleind van 5,8% tot 4,8% 2019. Op dit vlak is Belgie de op twee na beste in de OESO en aanzienlijk beter dan het OESO-gemiddelde van 15%.

Onze zwakke plek: arbeidsmarktparticipatie

Qua arbeidsparticipatie van vrouwen staat België dan weer pas 27ste op 33 OESO-landen. Slechts 64,9% van de vrouwen in België is actief op de arbeidsmarkt, en van hen werkt slechts 72% voltijds. De OESO-gemiddelden zijn respectievelijk 70% en 76%.

Ter vergelijking: IJsland heeft een arbeidsparticipatie van 84,4% bij vrouwen en is daarmee het land met het hoogste percentage vrouwen op de arbeidsmarkt.

Griet Helsen, Partner bij PwC België, wijst op het belang van die participatie in de context van een vergrijzende bevolking die een neerwaartse druk uitoefent op het arbeidsaanbod: “Het is essentieel dat zij over de juiste technische vaardigheden beschikken om de kansen te benutten die de Vierde Industriële Revolutie biedt".

Kloof in verloning en arbeidsparticipatiegraad, OESO-landen (2019)

Impact van de COVID-19 pandemie

Nu dreigt COVID-19 een deel van de vooruitgang van het afgelopen decennium teniet te doen. Wereldwijd is gebleken dat de schade van COVID-19 onevenredig zwaar op vrouwen drukt, aangezien meer vrouwen dan mannen werkzaam zijn in de zwaarst getroffen sectoren (zoals voedingsdiensten, huisvesting, vastgoed, detailhandel, kunst, entertainment en recreatie). Het banenverlies bij vrouwen was in 2020 in de OESO groter dan bij mannen, en aangezien diverse steunmaatregelen nog steeds de volledige effecten van de economische terugval op de werkgelegenheid verhullen, moet het ergste voor vrouwen waarschijnlijk nog komen.

In sommige landen zijn er aanwijzingen dat vrouwen hun arbeidsparticipatie verminderen als gevolg van COVID-19, en nog veel meer vrouwen overwegen hun baan op te geven en/of minder uren te gaan werken als het niet gemakkelijker wordt.

Onbetaalde zorg vooral verstrekt door vrouwen

Dit is het gevolg van de ongelijke verdeling van onbetaalde zorg en huishoudelijk werk die vrouwen overal ter wereld verrichten. Vóór de pandemie besteedden vrouwen al drie keer zo veel tijd als mannen aan huishoudelijke taken, kinderverzorging en de zorg voor oudere dierbaren.

PwC vreest zelfs voor een achteruitgang, na de negen jaar waarin de Women in Work Index vooruitgang liet zien in de richting van gendergelijkheid op de werkvloer. PwC vreest dat de index in 2021 zal zijn teruggevallen op het niveau van 2017. Uitgaande van een terugkeer naar hetzelfde historische groeitempo vanaf 2021, als de arbeidsmarkten zich herstellen, zal de index pas in 2023 weer de huidige waarde van 2019 bereiken.

"Een echte reden tot bezorgdheid is dat de aangerichte schade blijvend zou kunnen zijn," verklaart Griet Helsen, Partner bij PwC België.  "Zonder directe actie van overheden, organisaties en de samenleving die vrouwen in staat stellen deel te nemen aan de arbeidsmarkt, zullen we niet terugkeren naar het groeipad van voor de pandemie en ook geen vooruitgang boeken op het vlak van gendergelijkheid. De vooruitgang en vertegenwoordiging van vrouwen op de werkvloer bevorderen, de loonkloof tussen mannen en vrouwen dichten, vrouwen omscholen en bijscholen zodat ze toegang krijgen tot werkgelegenheid in snelgroeiende sectoren – dat zijn de gecoördineerde inspanningen die nodig zijn om de impact van de crisis te compenseren en ons weer op het goede spoor te krijgen."

Meer vrouwen aan het werk betekent meer groei

PwC waagt zich ook aan een schatting van de potentiële voordelen per land mocht dat land de arbeidsparticipatie van vrouwen van Zweden halen. Met een arbeidsparticipatie van vrouwen van 81,1% scoort dat land consequent erg goed.

Voor de OESO zou de potentiële economische winst op lange termijn kunnen oplopen tot een toename van het BBP met meer dan 6 biljoen USD. Het volledig dichten van de loonkloof tussen mannen en vrouwen zou het BBP in de OESO met 2 biljoen USD kunnen doen toenemen.

Het economische voordeel voor België zou een stijging van het BBP met 13% per jaar zijn, geraamd op 83 miljard USD.