Duurzaamheid nog erg beperkt voelbaar in het ceo-loon

7 december 2022
Tekst
Jo Cobbaut
Beeld
Vlerick

Duurzaamheidsindicatoren wegen maar voorzes procent op de totale verloning van de ceo. Bovendien neemt slechts één bedrijf op de twintig milieu-indicatoren op voor de bepaling van de bonus van ceo’s.

Dat zijn enkele bevindingen uit het jaarlijkse onderzoek naar de remuneratie van ceo’s van Belgische beursgenoteerde ondernemingen. Het Executive Remuneration Research Centre van Vlerick Business School bekeek alle negentig bedrijven in de Bel 20, Bel Mid en Bel Small. Professor Xavier Baeten en researcher Marthe Van Hove baseerden zich op de remuneratierapporten van 2021. Dit jaar lag de specifieke focus van de studie op de duurzaamheidsindicatoren (ESG).

Evolutie topsalarissen in België

Het onderzoek geeft jaarlijks een overzicht van de belangrijkste remuneratiegegevens en hun evolutie over de tijd. Zo bedroeg de mediaan van de totale remuneratie (inclusief vast salaris, bonus, en langetermijnremuneratie) voor de Bel 20 in 2021 2.430.492 euro, voor de Bel Mid 908.115 euro en voor de Bel Small 587.482 euro.

In vergelijking met het jaar voordien valt vooral een stijging (23%) op bij de Bel 20-bedrijven. Ook de Bel Mid-bedrijven laten een stijging optekenen (13%). In de Bel Small was er daarentegen een daling met 5%. 

Xavier Baeten, professor Reward & Sustainability aan Vlerick Business School concludeert dat de Bel 20-bedrijven duidelijk tot een andere liga behoren. De remuneratie van de ceo’s ligt een veelvoud hoger dan in de kleinere beursgenoteerde bedrijven. Dat heeft vooral te maken met de langetermijnbeloning (aandelenopties, performance shares, enzovoort). Die heb je veel meer in de Bel 20-bedrijven (75% tegenover 66% in de Bel Mid en 37% in de Bel Small).

Bovendien ligt de langetermijnremuneratie in de Bel 20-bedrijven hoger:

  • 2.096.532 euro in de Bel 20,
  • 189.000 euro in de Bel Mid en
  • 207.897 euro in de Bel Small

Milieuprestaties beperkt gekoppeld aan variabele remuneratie

Dit jaar besteedde het onderzoek specifieke aandacht aan de prestatiemaatstaven voor de bepaling van de variabele remuneratie. Eerst en vooral valt op dat niet-financiële maatstaven (zoals duurzaamheid, kwaliteit, innovatie) een doorsneegewicht krijgen van 32% voor de bonus en 16% voor de langetermijnremuneratie.

Meer specifiek inzake concrete criteria valt het op dat milieuprestaties maar door 5% van de bedrijven wordt opgenomen voor de bepaling van de bonus, en door 26% voor de langetermijnremuneratie.  Xavier Baeten: “Dat staat in schril contrast met de grote noodzaak tot actie voor het milieu. Dat 26% van de bedrijven het milieu opneemt als prestatie-indicator voor de langetermijnremuneratie, klinkt hoopvol, maar we mogen niet vergeten dat het dan alleen maar gaat om bedrijven die überhaupt prestatiemaatstaven gebruiken voor de langetermijnbeloning. Dat geldt bijvoorbeeld niet voor bedrijven die aandelenopties toekennen, nog altijd een belangrijke beloningsvorm in België.”

Daarenboven ziet Xavier Baeten een zekere eenzijdigheid bij de bedrijven die kijken naar milieuprestaties: “Het gaat zo goed als altijd om CO2-emissies, terwijl voor sommige bedrijven het energieverbruik, waterverbruik, afvalverwerking en verpakking ook zeer belangrijk kunnen zijn.”

Solvay en Umicore leiden de dans inzake duurzaamheid

Uit het onderzoek komen ook twee bedrijven naar voor bij wie duurzaamheid een doorslaggevend belang heeft voor de bepaling van de remuneratie van het topmanagement.

Zo tellen de duurzaamheidsprestaties bij Solvay voor een derde mee om de groepsprestaties te bepalen en wordt aandacht besteed aan een breed pakket maatstaven: emissies, omzet uit duurzame producten, onttrekking van water, afval, ongevallen en het aandeel vrouwelijke managers.

Umicore gaat nog verder en laat de langetermijnremuneratie sinds dit jaar voor de helft bepalen door duurzaamheidsprestaties, in lijn met de ‘Let’s Go for Zero'-strategie van het bedrijf. Zo wil het bedrijf tegen 2035 emissievrij zijn en zet het tussentijdse doelstellingen. Bovendien gaat het samenwerken met zijn leveranciers om doelstellingen te bepalen voor de indirecte uitstoot. Daarenboven worden maatstaven opgenomen rond

  • welzijn in de waardeketen,
  • het ethisch winnen van grondstoffen en
  • gendergelijkheid in het management.