Vraag van de maand

Vraag van de maand

Opzeggingstermijn reeds betekend tijdens Covid-19 tijdelijke werkloosheid vóór inwerkingtreding nieuwe wet: moet de werkgever nu de volledige opzeggingstermijn nog laten presteren of uitbetalen ?

1 juli 2020

De evenementensector is door de COVID-19 crisis zwaar getroffen. Gelet op talrijke annulaties en het gebrek aan nieuwe opdrachten is bij het evenementenbureau ‘Events’ bijna het voltallige personeel op tijdelijke werkloosheid gesteld via de vereenvoudigde ‘Covid-19 procedure’.

Door de zware impact was het echter medio april 2020 reeds duidelijk voor Events dat zij na deze crisis niet al haar werknemers opnieuw zou kunnen tewerkstellen. Zij besloot dan ook om 2 werknemers te ontslaan middels een te presteren opzeggingstermijn, die per aangetekend schrijven betekend werd op 15 april 2020 en een aanvang nam op maandag 20 april 2020. Op het ogenblik van betekening van deze opzeggingstermijn bestond er geen wettelijke bepaling die voorzag in een schorsing van de opzeggingstermijn omwille van de tijdelijke werkloosheid o.b.v. het ‘Covid-19 regime’ zodat Events er alvast vanuit ging dat de opzeggingstermijn gewoon doorliep (cfr. HR Magazine mei 2020).

De opzeggingstermijn van werknemer 1 bedroeg 6 weken en liep dus af op 31 mei 2020. De opzeggingstermijn van werknemer 2 bedroeg 18 weken en loopt nog steeds.

Evenwel werd op 22 juni 2020 een nieuwe wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad die nu toch voorziet in de schorsing van de opzeggingstermijn tijdens periodes van ‘Covid-19’ tijdelijke werkloosheid. Events stelt zich de vraag of zij voor werknemer 2 met een opzeggingstermijn van 18 weken die nog lopende is, verplicht is om hem alsnog hetzij zijn volledige opzeggingstermijn van 18 weken te laten presteren, hetzij deze uit te betalen door toekenning van een opzeggingsvergoeding gelijk aan 18 weken loon.

 

Helaas foutief...

Daar waar er voorheen geen wettelijke bepaling bestond die de opzeggingstermijn schorste in geval van tijdelijke werkloosheid wegens ‘Covid-19’ overmacht, is dit sinds de nieuwe wet van 15 juni 2020 wel het geval.

Hoewel het oorspronkelijke wetsvoorstel voor lopende opzeggingstermijnen voorzag in een retroactieve schorsing van de opzeggingstermijn tijdens alle periodes van ‘Covid-19’ tijdelijke werkloosheid vanaf 1 maart 2020, werd deze retroactiviteit na een negatief advies van de Raad van State in de uiteindelijke wet geschrapt.

Deze nieuwe wet van 15 juni 2020, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 22 juni 2020 bepaalt het volgende:

  • Voor opzeggingstermijnen betekend ná 22 juni 2020 (i.e. de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad) zal er volledige schorsing van de opzeggingstermijn zijn tijdens alle periodes van tijdelijke werkloosheid in het kader van het ‘Covid-19 regime’.
  • Voor opzeggingstermijnen betekend en een aanvang genomen hebbend vóór 1 maart 2020 is er geen schorsing van de opzeggingstermijn. Deze opzeggingstermijn loopt/liep gewoon door.
  • Opzeggingstermijnen betekend ná 1 maart 2020 die nog steeds lopende zijn, zullen enkel geschorst worden door periodes van ‘Covid-19’ tijdelijke werkloosheid vanaf de datum van publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad, i.e. vanaf 22 juni 2020. Met andere woorden:
    • Voor het gedeelte van de opzeggingstermijn dat reeds is verstreken op 21 juni 2020: geen schorsing.
    • Voor het gedeelte van de opzeggingstermijn dat op 22 juni 2020 nog niet is verstreken: schorsing.

Wat betekent dit nu concreet voor Events?

De opzeggingstermijn van werknemer 2 die nog lopende is, werd betekend op 15 april 2020 en nam een aanvang op maandag 20 april 2020.

Vermits deze opzeggingstermijn betekend werd na 1 maart 2020 zal hij weliswaar geschorst worden door periodes van ‘Covid-19’ tijdelijke werkloosheid, doch enkel voor het op 22 juni 2020 nog niet verstreken gedeelte van deze opzeggingstermijn. Het gedeelte van de opzeggingstermijn dat op 22 juni 2020 wel al verstreken was, heeft gewoon doorgelopen en is definitief ‘verworven’ voor Events.

Op 22 juni 2020 had de opzeggingstermijn van werknemer 2 reeds 9 weken gelopen. Tijdens deze eerste 9 weken van de opzeggingstermijn was deze niet geschorst door de ‘Covid-19’ tijdelijke werkloosheid van werknemer 2. Voor de nog resterende 9 weken van de opzeggingstermijn van werknemer 2 zal deze wel geschorst zijn indien de werknemer in tijdelijke werkloosheid o.b.v. het ‘Covid-19 regime’ blijft en zal Events hem na afloop van de tijdelijke werkloosheid alsnog 9 weken moeten laten presteren met betaling van loon, hetzij hem een opzeggingsvergoeding gelijk aan 9 weken loon betalen.

De opzeggingstermijn van werknemer 1 had reeds een einde genomen op 31 mei 2020 en dus vóór de datum van inwerkingtreding van de nieuwe wet. Hiervoor dient Events niets te ondernemen. Deze opzeggingstermijn heeft gewoon doorgelopen tijdens de periode van ‘Covid-19’ tijdelijke werkloosheid en de arbeidsovereenkomst heeft definitief een einde genomen op 31 mei 2020.

Correct!

Daar waar er voorheen geen wettelijke bepaling bestond die de opzeggingstermijn schorste in geval van tijdelijke werkloosheid wegens ‘Covid-19’ overmacht, is dit sinds de nieuwe wet van 15 juni 2020 wel het geval.

Hoewel het oorspronkelijke wetsvoorstel voor lopende opzeggingstermijnen voorzag in een retroactieve schorsing van de opzeggingstermijn tijdens alle periodes van ‘Covid-19’ tijdelijke werkloosheid vanaf 1 maart 2020, werd deze retroactiviteit na een negatief advies van de Raad van State in de uiteindelijke wet geschrapt.

Deze nieuwe wet van 15 juni 2020, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 22 juni 2020 bepaalt het volgende:

  • Voor opzeggingstermijnen betekend ná 22 juni 2020 (i.e. de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad) zal er volledige schorsing van de opzeggingstermijn zijn tijdens alle periodes van tijdelijke werkloosheid in het kader van het ‘Covid-19 regime’.
  • Voor opzeggingstermijnen betekend en een aanvang genomen hebbend vóór 1 maart 2020 is er geen schorsing van de opzeggingstermijn. Deze opzeggingstermijn loopt/liep gewoon door.
  • Opzeggingstermijnen betekend ná 1 maart 2020 die nog steeds lopende zijn, zullen enkel geschorst worden door periodes van ‘Covid-19’ tijdelijke werkloosheid vanaf de datum van publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad, i.e. vanaf 22 juni 2020. Met andere woorden:
    • Voor het gedeelte van de opzeggingstermijn dat reeds is verstreken op 21 juni 2020: geen schorsing.
    • Voor het gedeelte van de opzeggingstermijn dat op 22 juni 2020 nog niet is verstreken: schorsing.

Wat betekent dit nu concreet voor Events?

De opzeggingstermijn van werknemer 2 die nog lopende is, werd betekend op 15 april 2020 en nam een aanvang op maandag 20 april 2020.

Vermits deze opzeggingstermijn betekend werd na 1 maart 2020 zal hij weliswaar geschorst worden door periodes van ‘Covid-19’ tijdelijke werkloosheid, doch enkel voor het op 22 juni 2020 nog niet verstreken gedeelte van deze opzeggingstermijn. Het gedeelte van de opzeggingstermijn dat op 22 juni 2020 wel al verstreken was, heeft gewoon doorgelopen en is definitief ‘verworven’ voor Events.

Op 22 juni 2020 had de opzeggingstermijn van werknemer 2 reeds 9 weken gelopen. Tijdens deze eerste 9 weken van de opzeggingstermijn was deze niet geschorst door de ‘Covid-19’ tijdelijke werkloosheid van werknemer 2. Voor de nog resterende 9 weken van de opzeggingstermijn van werknemer 2 zal deze wel geschorst zijn indien de werknemer in tijdelijke werkloosheid o.b.v. het ‘Covid-19 regime’ blijft en zal Events hem na afloop van de tijdelijke werkloosheid alsnog 9 weken moeten laten presteren met betaling van loon, hetzij hem een opzeggingsvergoeding gelijk aan 9 weken loon betalen.

De opzeggingstermijn van werknemer 1 had reeds een einde genomen op 31 mei 2020 en dus vóór de datum van inwerkingtreding van de nieuwe wet. Hiervoor dient Events niets te ondernemen. Deze opzeggingstermijn heeft gewoon doorgelopen tijdens de periode van ‘Covid-19’ tijdelijke werkloosheid en de arbeidsovereenkomst heeft definitief een einde genomen op 31 mei 2020.

Vragen? Wij helpen graag verder!