Vraag van de maand

Vraag van de maand

Kan je jouw werknemers een bijkomende vergoeding toekennen bovenop de werkloosheidsuitkering?

1 april 2020

De BVBA Viert is een onderneming die feestartikelen verkoopt op een fysiek verkooppunt. Gelet op de maatregelen die door de regering werden genomen in het kader van de COVID19-crisis, diende de BVBA Viert haar fysiek verkooppunt tijdelijk te sluiten.

De onderneming beschikt bovendien niet over een webshop om haar producten aan de man te brengen, waardoor zij besliste om al haar werknemers op tijdelijke werkloosheid te plaatsen. BVBA Viert deed hiervoor een beroep op de vereenvoudigde procedure voor tijdelijke werkloosheid wegens overmacht naar aanleiding van de COVID19-crisis.

Helaas heeft deze maatregel tot gevolg dat de werknemers van BVBA Viert een (substantieel) inkomensverlies lijden. Aangezien de BVBA Viert de afgelopen maanden en jaren goede resultaten heeft gerealiseerd, wenst zij haar spaarpotje aan te wenden om de werknemers een bijkomende vergoeding toe te kennen bovenop de werkloosheidsuitkeringen die zij ontvangen naar aanleiding van de tijdelijke werkloosheid. Dit met als doel om het inkomensverlies te compenseren. Kan dit zomaar?

 

Correct!

In geval van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht bedraagt de uitkering voor werknemers, ongeacht hun gezinstoestand, in principe 65% van hun gemiddeld loon (dat begrensd wordt op 2.754,76 euro per maand). Voor de periode van 1 februari 2020 tot en met 30 juni 2020 werd dit percentage evenwel reeds verhoogd naar 70% van hun gemiddeld loon. Op deze uitkering zijn geen sociale bijdragen verschuldigd, maar wordt 26,75% bedrijfsvoorheffing ingehouden.

Daarnaast zal een werknemer die, in de periode van 13 maart 2020 tot 30 juni 2020, tijdelijk werkloos wordt gesteld wegens overmacht omwille van de COVID19-crisis een supplement ten laste van de RVA ontvangen ten belope van 5.63 euro per dag. Ook op dit supplement zal 26,75% bedrijfsvoorheffing worden ingehouden.

Bovenop de hierboven vermelde uitkeringen is het werkgevers toegestaan om hun werknemers onder tijdelijke werkloosheid een aanvulling toe te kennen. De RSZ heeft bovendien uitdrukkelijk aangegeven dat er ook op deze aanvulling geen sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn voor zover de som van de RVA-uitkeringen en de aanvulling van de werkgever niet tot gevolg heeft dat de werknemer netto meer zou ontvangen dan wanneer hij gewerkt had. Uiteraard zal ook op deze aanvulling wel degelijk bedrijfsvoorheffing ten belope van 26,75% moeten worden ingehouden.

Hierbij moet ten slotte worden opgemerkt dat in bepaalde sectoren dergelijke aanvulling op de werkloosheidsuitkeringen van de RVA verplicht wordt opgelegd. Zo werd bijvoorbeeld bij CAO van 23 maart 2020 voor de bedienden van de metaalfabrikantennijverheid (PC 209) bepaald dat een bediende in tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ‘coronavirus’ recht heeft op een aanvullende vergoeding, voor de helft betaald door de werkgever en voor de helft door het Sociaal Fonds en dit ten belope van 12,07 euro per volledige werkloosheidsuitkering (met een verrekening indien een gunstigere regeling zou zijn overeengekomen op ondernemingsvlak). Verwacht wordt dat andere sectoren dit voorbeeld zullen volgen.

Helaas foutief...

In geval van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht bedraagt de uitkering voor werknemers, ongeacht hun gezinstoestand, in principe 65% van hun gemiddeld loon (dat begrensd wordt op 2.754,76 euro per maand). Voor de periode van 1 februari 2020 tot en met 30 juni 2020 werd dit percentage evenwel reeds verhoogd naar 70% van hun gemiddeld loon. Op deze uitkering zijn geen sociale bijdragen verschuldigd, maar wordt 26,75% bedrijfsvoorheffing ingehouden.

Daarnaast zal een werknemer die, in de periode van 13 maart 2020 tot 30 juni 2020, tijdelijk werkloos wordt gesteld wegens overmacht omwille van de COVID19-crisis een supplement ten laste van de RVA ontvangen ten belope van 5.63 euro per dag. Ook op dit supplement zal 26,75% bedrijfsvoorheffing worden ingehouden.

Bovenop de hierboven vermelde uitkeringen is het werkgevers toegestaan om hun werknemers onder tijdelijke werkloosheid een aanvulling toe te kennen. De RSZ heeft bovendien uitdrukkelijk aangegeven dat er ook op deze aanvulling geen sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn voor zover de som van de RVA-uitkeringen en de aanvulling van de werkgever niet tot gevolg heeft dat de werknemer netto meer zou ontvangen dan wanneer hij gewerkt had. Uiteraard zal ook op deze aanvulling wel degelijk bedrijfsvoorheffing ten belope van 26,75% moeten worden ingehouden.

Hierbij moet ten slotte worden opgemerkt dat in bepaalde sectoren dergelijke aanvulling op de werkloosheidsuitkeringen van de RVA verplicht wordt opgelegd. Zo werd bijvoorbeeld bij CAO van 23 maart 2020 voor de bedienden van de metaalfabrikantennijverheid (PC 209) bepaald dat een bediende in tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ‘coronavirus’ recht heeft op een aanvullende vergoeding, voor de helft betaald door de werkgever en voor de helft door het Sociaal Fonds en dit ten belope van 12,07 euro per volledige werkloosheidsuitkering (met een verrekening indien een gunstigere regeling zou zijn overeengekomen op ondernemingsvlak). Verwacht wordt dat andere sectoren dit voorbeeld zullen volgen.

Vragen? Wij helpen graag verder!