Vraag van de maand

Vraag van de maand

Kan de werkgever een werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, ontslaan ...

1 februari 2021

De heer Vermeersch is sinds 3 januari 2002 tewerkgesteld bij de vennootschap Solar. Op 5 maart 2021 zal de heer Vermeersch 65 jaar oud zijn en zal hij dus de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. De vennootschap Solar wenst echter zijn arbeidsovereenkomst te beëindigen met betaling van een opzeggingsvergoeding.

Indien de vennootschap Solar de tewerkstelling van de heer Vermeersch zou willen beëindigen met inachtneming van een opzeggingstermijn, dan zou deze termijn worden berekend op basis van de normale opzeggingstermijnen, doch rekening houdend met het maximum van 26 weken voorzien door de wet. Artikel 37/6 van de wet van 3 juli 1978 staat de werkgever inderdaad toe om een werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd bereikt te ontslaan mits een "verkorte" opzeggingstermijn van maximaal 26 weken.

De wet voorziet echter alleen in deze "verkorte" opzeggingstermijn in het geval van ontslag mits betekening van een opzeggingstermijn. Aldus stelt zich de vraag: kan de vennootschap Solar de opzeggingsvergoeding van de heer Vermeersch berekenen op basis van de "verkorte" opzeggingstermijn, die beperkt is tot 26 weken? Zo ja, kan de vennootschap Solar de heer Vermeersch dan ontslaan vooraleer hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt door middel van betaling van een opzeggingsvergoeding berekend op basis van de "verkorte" opzeggingstermijn?

 

 

Correct!

Inderdaad, ondanks het feit dat de Arbeidsovereenkomstenwet dit niet uitdrukkelijk voorziet, meent de rechtspraak dat de opzeggingstermijn kan worden vervangen door een opzeggingsvergoeding op basis van de "verkorte" opzeggingstermijn. Echter, de vraag of de heer Vermeersch op de dag van zijn ontslag al dan niet reeds de pensioengerechtigde leeftijd moet hebben bereikt opdat de vennootschap Solar de opzeggingsvergoeding zou kunnen berekenen op basis van de "verkorte" opzeggingstermijn, is betwist. Er zijn twee verschillende strekkingen in de rechtspraak.

Volgens de meest recente rechtspraak kan de opzeggingstermijn worden vervangen door een vergoeding op basis van de "verkorte" opzeggingstermijn, zelfs indien de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt op het moment waarop hij van elke prestatie is vrijgesteld, op voorwaarde dat hij die leeftijd bereikt in de loop van de periode gedekt door de genoemde opzeggingsvergoeding. Oudere rechtspraak kwam daarentegen tot het tegenovergestelde besluit door te eisen dat de werknemer nog in dienst moet zijn van de werkgever op het moment waarop hij de normale pensioenleeftijd bereikt. Zo niet, zal de overeenstemmende opzeggingsvergoeding moeten worden berekend op basis van de gewone opzeggingstermijnen, welke vaak langer zijn.

Als de vennootschap Solar bijgevolg de arbeidsovereenkomst van de heer Vermeersch beëindigt op 1 april 2021 (de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer de wettelijke pensioenleeftijd bereikt), zal zij de opzeggingsvergoeding uiteraard zonder problemen kunnen berekenen op basis van de "verkorte" opzeggingstermijn van 26 weken. Echter, als de vennootschap Solar de arbeidsovereenkomst van de heer Vermeersch bijvoorbeeld reeds op 1 februari 2021 zou willen beëindigen, dan zal de vennootschap Solar zich, overeenkomstig de meest recente rechtspraak, voor de berekening van de vergoeding kunnen beroepen op de "verkorte" opzeggingstermijn, aangezien de heer Vermeersch tijdens deze veronderstelde opzeggingstermijn de leeftijd van 65 jaar zal bereiken. Het valt nochtans niet volledig uit te sluiten dat, indien de heer Vermeersch een aanvullende vergoeding eist, de rechter haar motivering zou baseren op de oude rechtspraak die vereist dat de heer Vermeersch op de dag van zijn ontslag reeds de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.

Helaas foutief...

Inderdaad, ondanks het feit dat de Arbeidsovereenkomstenwet dit niet uitdrukkelijk voorziet, meent de rechtspraak dat de opzeggingstermijn kan worden vervangen door een opzeggingsvergoeding op basis van de "verkorte" opzeggingstermijn. Echter, de vraag of de heer Vermeersch op de dag van zijn ontslag al dan niet reeds de pensioengerechtigde leeftijd moet hebben bereikt opdat de vennootschap Solar de opzeggingsvergoeding zou kunnen berekenen op basis van de "verkorte" opzeggingstermijn, is betwist. Er zijn twee verschillende strekkingen in de rechtspraak.

Volgens de meest recente rechtspraak kan de opzeggingstermijn worden vervangen door een vergoeding op basis van de "verkorte" opzeggingstermijn, zelfs indien de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt op het moment waarop hij van elke prestatie is vrijgesteld, op voorwaarde dat hij die leeftijd bereikt in de loop van de periode gedekt door de genoemde opzeggingsvergoeding. Oudere rechtspraak kwam daarentegen tot het tegenovergestelde besluit door te eisen dat de werknemer nog in dienst moet zijn van de werkgever op het moment waarop hij de normale pensioenleeftijd bereikt. Zo niet, zal de overeenstemmende opzeggingsvergoeding moeten worden berekend op basis van de gewone opzeggingstermijnen, welke vaak langer zijn.

Als de vennootschap Solar bijgevolg de arbeidsovereenkomst van de heer Vermeersch beëindigt op 1 april 2021 (de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer de wettelijke pensioenleeftijd bereikt), zal zij de opzeggingsvergoeding uiteraard zonder problemen kunnen berekenen op basis van de "verkorte" opzeggingstermijn van 26 weken. Echter, als de vennootschap Solar de arbeidsovereenkomst van de heer Vermeersch bijvoorbeeld reeds op 1 februari 2021 zou willen beëindigen, dan zal de vennootschap Solar zich, overeenkomstig de meest recente rechtspraak, voor de berekening van de vergoeding kunnen beroepen op de "verkorte" opzeggingstermijn, aangezien de heer Vermeersch tijdens deze veronderstelde opzeggingstermijn de leeftijd van 65 jaar zal bereiken. Het valt nochtans niet volledig uit te sluiten dat, indien de heer Vermeersch een aanvullende vergoeding eist, de rechter haar motivering zou baseren op de oude rechtspraak die vereist dat de heer Vermeersch op de dag van zijn ontslag reeds de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.

Vragen? Wij helpen graag verder!